Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.1

Artikel 4.1.4

Didam arrest

Onderdeel van Beleidsregels uitgifte reststroken Gemeente Lingewaard 2023

Op grond van de uitspraak van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2021:1778) dient elke voorgenomen verkoop van een reststrook, ongeacht de grootte, gepubliceerd te worden. Op dat moment kunnen belangstellenden hun interesse kenbaar maken voor de aankoop van de reststrook. De uitzondering op voornoemde hoofdregel is dat een overheidslichaam een selectieprocedure achterwege kan laten als bij voorbaat vaststaat of redelijkerwijs mag worden aangenomen dat op grond van objectieve, toetsbare en redelijke criteria slechts één serieuze gegadigde voor de aankoop in aanmerking komt. In dat geval moet het overheidslichaam van het voornemen tot verkoop aan een bepaalde partij een publicatie plaatsen, waarin wordt gemotiveerd waarom de beoogde koper de enige serieuze gegadigde is (zie ook bijlage 1 onder A. Juridische criteria). Onze ervaring leert echter dat er beperkte interesse in reststroken is. Als er al interesse is, dan is dat in de regel de eigenaar van het aangrenzende perceel de geïnteresseerde partij. Dit is verklaarbaar, omdat reststroken meestal incourante gronden zijn. Dergelijke incourante gronden zijn alleen interessant voor een eigenaar van een belendend perceel ter uitbreiding van het eigen perceel. Vanwege de beperkte interesse in reststroken, stellen wij vast dat er -bij gebrek aan meerdere geïnteresseerden- in de regel geen schaarste is. Schaarste is een randvoorwaarde voor de toepasselijkheid van de hoofdregel uit het Didam-arrest. Als aan die randvoorwaarde niet is voldaan, hoeft er dus geen publicatie en een selectieprocedure te worden gevolgd. Behoudens contra-indicaties, hanteren we als uitgangspunt dat reststroken (vanwege de afwezigheid van schaarste) zonder selectieprocedure kunnen worden verkocht. Alleen als redelijkerwijs is te verwachten dat er meerdere gegadigden zijn, wordt een selectieprocedure georganiseerd. Dit is bijvoorbeeld het geval als er meerdere inwoners een woning op belendende percelen hebben.

Rechtspraak bij dit artikel