Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 4

Artikel 2.4.17

Loslopende honden (3)3e wijziging: vastgesteld raadsvergadering 23 juni 2008, nr. 2, publicatie 16 juli 2008

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening (apv)

1.. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: op de weg zonder dat die hond aangelijnd is; op een weg waar dat door borden is aangegeven; op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak, speel- en ligweide, recreatieterrein, dan wel strand en andere door het college als zodanig aangewezen plaatsen; 2.. Het in het eerste lid, onder a. vervatte verbod geldt niet voor door het college van burgemeester en wethouders aangewezen plaatsen waar dat door borden is aangegeven, mits een hond losloopt onder voldoende geleide of toezicht 3.. Het bepaalde in het eerste lid, onder b, geldt niet voor personen die in verband met hun gezichtsvermogen gebruik maken van een blindengeleidehond, voor ambtenaren van politie die voor de uitoefening van hun taak gebruik moeten maken van een surveillancehond of een speurhond en voor het bestemmingsverkeer. 4.. Van het in het eerste lid, onder a, vervatte verbod kan het college ontheffing verlenen voor een hond, die ingezet wordt ten behoeve van het hoeden van een schaapskudde. 5.. Het in het eerste lid, onder a, vervatte verbod geldt niet voor hulphonden voor mensen met een motorische beperking mits: het een speciaal opgeleide hond betreft van een erkende organisatie voor hulphonden; de hond als zodanig herkenbaar is; de begeleider op verzoek een identiteitspas kan tonen van de erkende organisatie voor hulphonden.

Rechtspraak bij dit artikel