Naar hoofdinhoud

4.

Artikel 8.

Voorziening voor oninbare vorderingen

Onderdeel van Financiële verordening gemeente IJsselstein 2023

1.. Voor de vorderingen op verbonden partijen en derden wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen. 2.. Voor openstaande vorderingen betreffende: onroerendezaakbelastingen; parkeerbelasting; rioolheffing; afvalstoffenheffing; en bijstandsvertrekkingen, wordt bij de jaarstukken een voorziening wegens oninbaarheid 3.. Voor openstaande vorderingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd. Het gaat hierbij om zowel de belastingvorderingen als de overige vorderingen. 4.. De omvang van de voorziening per balansdatum wordt vastgesteld op basis van de ouderdom van de vordering. De debiteuren zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde met inachtneming van een aftrek van oninbaarheid. Daarbij wordt de verwachte oninbaarheid uitgedrukt in een percentage van de openstaande vordering. 5.. Na één jaar wordt aangenomen dat de oninbaarheid van de openstaande vordering 25% is. Ieder jaar daarna neemt de kans dat de vordering ook daadwerkelijk wordt ontvangen met 25% af. 6.. In afwijking van lid 5 wordt voor vorderingen die door de BSR en de WIL worden opgelegd de door de BSR en de WIL geraamde mate van oninbaarheid overgenomen.

Rechtspraak bij dit artikel