Naar hoofdinhoud
De APV kent de volgende bepalingen ten aanzien van het innemen van een ligplaats in openbaar water. Artikel 5:25: Het is verboden zonder vergunning van het college met een woonschip ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een woonschip beschikbaar te stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar water. Het is verboden zonder vergunning van het college met een vaartuig, geen woonschip zijnde, een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar water. Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar water. Het college kan aan het innemen,hebben of beschikbaar stellenvaneen ligplaats met een woonschipen andere vaartuigen: nadere regels stellenin het belang van de openbareorde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëneen het aanzien vande gemeente; beperkingenstellen naar soort en aantal vaartuigen. Artikel 5:26: Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 5:25 bepaalde kan het college aan de rechthebbenden op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente. De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een lisplaats op te volgen. Artikel 5:27: Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar te stellen in strijd met het krachtens artikel 5:26, tweede lid bepaalde.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel