Naar hoofdinhoud
1. De medewerker heeft het mandaat om alle rechts- en feitelijke handelingen te verrichten die in het kader van een goede uitoefening van zijn taken en verantwoordelijkheden nodig is. 2. In afwijking van het eerste lid heeft de medewerker geen algemeen mandaat als: a. de betreffende bevoegdheid in bijlage 1 van mandaat is uitgezonderd of b. de Inkoopmatrix in bijlage 2 van toepassing is of 3. In afwijking van het eerste lid heeft slechts de gemeentesecretaris het mandaat om: a. een disciplinaire straf dan wel maatregel in de zin van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren op te leggen, met uitzondering van de situatie wanneer een uitzondering van bijlage 1 van toepassing is dan wel het een disciplinaire straf of maatregel betreft die op hem betrekking heeft; b. te beslissen op een aanvraag als bedoeld in artikel 2, derde lid, van de Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders gemeente Den Helder 2019 en c. minnelijke regelingen dan wel vaststellingsovereenkomsten met medewerkers te treffen. De gemeentesecretaris kan voor het bepaalde in dit lid ondermandaat verlenen aan een ander directielid.

Rechtspraak bij dit artikel