Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Handhavingsmatrix

Onderdeel van Beleidsregels artikel 2:74 van de APV Culemborg

De last onder dwangsom is een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding. Tevens houdt het de verplichting in tot betaling van een geldsom als de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd. Het opleggen van een last onder dwangsom is een middel om de overtreder te bewegen de overtreding te beëindigen en beëindigd te houden. Verbeuren van de dwangsom kan worden voorkomen door de overtreding op te heffen of herhaling te voorkomen. Het opleggen van een last onder dwangsom is het enige instrument ten aanzien van een persoon is. Een last onder bestuursdwang kan niet worden opgelegd ten aanzien van een persoon die artikel 2:74 van de APV overtreedt. Bij het opleggen van de dwangsom is gekozen voor het betalen van het bedrag ineens, omdat het een overtreding betreft die éénmalig is en direct dient te worden beëindigd. Het bedrag is een prikkel om de overtreding te beëindigen of om herhaling te voorkomen. In de situaties dat de dwangsom niet heeft geleid tot voorkomen van herhaling en de dwangsom volledig verbeurd is, is gekozen om het bedrag bij recidive te verhogen, zodat het een zodanige prikkel vormt om herhaling te voorkomen. Tabel hoogte dwangsom: Constatering Softdrugs (lijst ll Opiumwet) Harddrugs (lijst l Opiumwet) Combinatie (lijst l & ll Opiumwet) 1e overtreding Opleggen last onder dwangsom van € 5000,- ineens. Opleggen last onder dwangsom van € 7500,- ineens. Opleggen last onder dwangsom van € 7500,- ineens. Recidive (binnen twee jaren) Opleggen last onder dwangsom van € 7.500,- ineens, met een maximum € 30.000,- Opleggen last onder dwangsom van € 10.000,- ineens, met een maximum € 40.000,-. Opleggen last onder dwangsom van € 10.000,- ineens, met een maximum € 40.000,-. Herhaling (2e keer) recidive binnen twee jaren) Opleggen last onder dwangsom van € 10.000,- ineens, met een maximum € 40.000,- Opleggen last onder dwangsom van € 15.000,- ineens, met een maximum € 60.000,-. Opleggen last onder dwangsom van € 15.000,- ineens, met een maximum € 60.000,-.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel