De vergunning kan door het college worden ingetrokken indien:
a. blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige
opgave is verleend;
b. blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften bedoeld in artikel 10
niet naleeft;
c. de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig
hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te
wegen.