Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 16

Instandhoudingsbepalingen

Onderdeel van Ergoedverordening 2012

1. Het is verboden om in een archeologisch monument, bedoeld in artikel 1, onder a, sub 2, of in een archeologisch verwachtingsgebied de bodem te verstoren van beschreven terreinen waarvoor gespecificeerde archeologiecriteria gelden, zoals omschreven in de Beleidsnota Archeologie gemeente Castricum (vastgesteld in de openbare vergadering van de gemeenteraad van de gemeente Castricum gehouden op 6 oktober 2011). 2. Het verbod in lid 1 is niet van toepassing indien: a. Het een verstoring betreft van een archeologisch relevant gebied als aangegeven op de gemeentelijke archeologische waardenkaart en waarbij die verstoring plaatsvindt in een archeologische verwachtingszone behorende tot: • Categorie 2 (gewaardeerde vindplaatsen/AMK-terreinen): onderzoekseis in plangebieden kleiner dan 100 m2 en bodemingreep met een diepte tot 40 cm –mv • Categorie 3 (verwachtingszone 1 en 8): onderzoekeis in plangebieden kleiner dan 100 m2 en bodemingreep met een diepte tot 4,00 meter + NAP • Categorie 4 (verwachtingszone 2 t/m 7 en 9 t/m 11): onderzoekseis in plangebieden kleiner dan 500 m2 en bodemingreep met een diepte tot 40 cm –mv • Categorie 5 (verwachtingszone 12) • Categorie 7 (verstoord/opgegraven) b. In het geldende bestemmingsplan bepalingen zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg; c. Er sprake is van een activiteit zoals bedoeld in artikel 2.12 lid 1 en 2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en hierin voorschriften zijn opgenomen omtrent monumentenzorg; d. Het college nadere regels stelt met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden die leiden tot een verstoring van een archeologisch monument of archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op de gemeentelijke archeologische waardenkaart e. Een rapport is overgelegd waarin de archeologische waarden van het te verstoren terrein naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijk dat: • Het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd; of • De archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad; of • In het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel