Aanvragen voor woningsplitsing worden primair getoetst aan het geldende bestemmingsplan of een beheersverordening. In de meeste bestemmingsplannen binnen de gemeente is het aantal woningen vastgelegd op het bestaande aantal en is splitsen niet zondermeer toegestaan.
Om bij gewenste verzoeken toch mogelijkheden te bieden geeft de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 2.12 lid 1 sub a zelfstandige bevoegdheden voor vergunningverlening in afwijking van het bestemmingsplan. Een omgevingsvergunning planologisch strijdig gebruik kan op basis van drie verschillende grondslagen worden verleend, namelijk:
met toepassing van de in het bestemmingsplan of de beheersverordening opgenomen regels inzake afwijking (binnenplanse afwijkingsmogelijkheid);
met toepassing van een kleine buitenplanse afwijking conform artikel 4 Bijlage ll Besluit omgevingsrecht (Bor). Dit wordt ook wel een “kruimelgeval” genoemd;
met toepassing van een grote buitenplanse afwijking. Hierbij dient een goede ruimtelijke onderbouwing te worden opgesteld;
Dit beleid voorziet alleen op gevallen bedoeld onder punt 2. op grond van de Wabo met toepassing van artikel 2.12 lid 1 sub a onder 2 van de Wabo in combinatie met artikel 4 lid lid 9 van bijlage ll van het Besluit omgevingsrecht (Bor). Dit betekend dat de reguliere procedure van 8 weken van toepassing is. Dit beleid kan eventueel wel als uitgangspunt dienen voor gevallen die onder punt 3. vallen.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.1
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
Onderdeel van Woningsplitsing kernen Oirschot 2023