**1.** Indien een woningzoekende dringend behoefte heeft aan (andere) woonruimte, kan hij aan burgemeester en wethouders verzoeken hem een urgentieverklaring te verstrek¬ken.
**2.** De urgentieverklaring houdt het volgende in:
a. de erkenning dat verhuizing van de woningzoekende noodzakelijk is;
b. de toezegging dat de woningzoekende dientengevolge gedurende een periode van zes maanden na de datum van verstrekking van de urgentieverklaring voorrang krijgt bij de toewijzing van een bepaald soort woonruimte (voor wat betreft woningtype, woninggrootte en huurprijs) in de regio;
c. de mededeling dat de woningzoekende gedurende drie maanden na de datum van verstrekking van de urgentieverklaring zelfstandig dient te reageren op krachtens artikel 2.6.4 aangeboden woonruimte die voldoet aan de in sub b. bedoelde omschrijving;
d. de toezegging dat, indien – als gevolg van het ontbreken van passend aanbod die via de gangbare media bekend is gemaakt - na drie maanden geen (andere) woonruimte is verkregen, burgemeester en wethouders overeenkom¬stig artikel 2.5.5 bemiddeling zullen verlenen;
e. de mededeling dat de in artikel 2.5.6 lid 2 omschreven gevallen leiden tot intrekking van de urgentieverklaring.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.5
Artikel 2.5.2
Urgentieverklaring
Onderdeel van Huisvestingsverordening Castricum 2011