Burgemeester en wethouders kunnen een onttrekkingsvergunning in¬trekken, indien:
a. niet binnen één jaar, nadat de beschikking onherroe¬pe¬lijk is geworden, is overge¬gaan tot onttrekking, samen¬voeging of omzetting;
b. de vergunning is verleend op grond van door de vergun¬ninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of rede¬lijker¬wijs kon vermoe¬den dat zij onjuist of onvol¬ledig waren.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.1
Artikel 4.1.7
Intrekking
Onderdeel van Huisvestingsverordening Castricum 2011