Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Voorwaarden bij toepassing van zonnecollectoren en -panelen bij monumenten

Onderdeel van Nadere regels duurzame installatiesystemen voor beschermde monumenten en in beschermde stads- en dorpsgezichten in de gemeente Maasgouw 2023

Voor het plaatsen van een zonne-energiesysteem op, aan of bij een monument wordt een omgevingsvergunning verleend, mits het systeem voldoet aan: de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), en het Besluit omgevingsrecht (Bor), en het van toepassing zijnde bestemmingsplan, en de volgende regels voor locatie, systeem, inpassing en technische uitvoering: De locatie Zonne-energiesystemen worden: geplaatst op daken en erven uit het zicht; geplaatst op daken in het zicht als: er geen andere alternatieven zijn: op het erf; op andere daken of dakvlakken; op (niet monumentale) bijgebouwen; op andere gebouwen in de buurt of omgeving (collectieve energiesystemen); met andere energiesystemen; het beeld van het beschermde gebouw of de directe omgeving niet onevenredig verstoord wordt; en er een zorgvuldig afgewogen ontwerp is voor positie, groepering, grootte en kleur van de panelen op het dak. niet geplaatst op daken uit of in het zicht met: een bijzondere vorm, zoals rond, spits of veelhoekig; of bijzondere kwetsbare materialen, zoals zeldzame typen dakpannen, riet, koper, zink, lood en vaak leien; of pannen in een bijzonder of decoratief legpatroon. niet geplaatst binnen beschermde historische buitenplaatsen of bij gebouwen met een historische tuin- of parkaanleg die als ensemble beschermd monument zijn: op hoofdgebouwen in deze ensembles; of in zichtassen binnen deze ensembles; of op ondergeschikte gebouwen die in zichtassen liggen of goed zichtbaar zijn vanuit de historische groenaanleg; of op goed zichtbare plekken in de groenaanleg; of zonder een zorgvuldig afgewogen ontwerp dat aansluit bij de omgeving door de locatie, omvang, vorm, omringende, streekeigen beplanting en bijvoorbeeld een verdiepte ligging. niet geplaatst bij beschermde monumenten binnen een complexbescherming: op plekken waar panelen een onevenredig negatief effect hebben op het beeld van het ensemble; of op (daken rond) binnenplaatsen of buitentuinen van complexen van beschermde monumenten. Het systeem De systeemkeuze is voor: hellende daken: op locaties uit het zicht alleen volledig zwarte panelen (all black); en op zichtlocaties alleen panelen met een kleur die is aangepast aan de dakbedekking; en alleen vlakkeplaat-collectoren (geen vacuüm buiscollectoren). platte daken: volledig zwarte panelen (all black), dan wel blauwachtige standaard panelen; of vlakkeplaat-collectoren of vacuüm buiscollectoren. De inpassing Het ontwerp voor de inpassing van zonne-energiesystemen voldoet aan de volgende inpassingsmaatregelen: Bij collectoren of panelen op daken: zijn de collectoren of panelen op hellende daken als losse elementen boven de bestaande dakpannen gemonteerd (opbouw); en Is de systeemgrootte afhankelijk van de mogelijkheden op het hellende dak in het zicht waarbij plaatsing niet leidt tot sloop van historische schoorstenen, dakkapellen, of andere karakteristieke dakelementen om meer panelen kwijt te kunnen; en overheerst het systeem niet op daken met veel andere elementen, zoals dakkapellen en dakramen; en liggen deze zo veel mogelijk in de onderste dakhelft (alleen bij mansardedaken juist in de bovenste helft); en staan zij allemaal in dezelfde stand; en zijn zij gerangschikt in een rechthoek op hellende daken of in regelmatige rijen op platte daken; en staan zij niet dicht bij de goot of de dakranden, hoekkepers, kilkepers, frontons, dakkapellen en schoorstenen; en staan zij zoveel mogelijk in het midden van de lengte van het dakvlak, of op een plek die aansluit op de symmetrie of geleding van de gevel (zolang dit niet de zichtbaarheid vergroot); en hebben collectoren en panelen uit het zicht de minst opvallende standaardkleur: grijszwart voor collectoren en zwart voor panelen; en hebben collectoren en panelen uit het zicht de minst opvallende standaardkleur: grijszwart voor collectoren en zwart voor panelen; en hebben de randen dezelfde terughoudende kleur en loopt aan de voorkant van panelen geen wit blokkenpatroon tussen de zonnecellen; en zijn panelen op platte daken bij voorkeur egaal zwart, inclusief de rand; en steken kabels, leidingen en bevestigingsmaterialen - voor zover zichtbaar - niet af in kleur en glans; en reflecteren collectoren en panelen zo min mogelijk (matte afwerking); en zijn dakvullende systemen niet toegestaan bij monumenten. Bij collectoren of panelen op erven: is de omvang van de opstelling in goede verhouding met de schaal van het erf, de tuinaanleg of de agrarische verkaveling; staan zij op een ondergeschikte, minder belangrijke of uit historisch oogpunt logische plek van het erf; zijn zij zijn niet hoger dan 1,50 meter, zodat er vanaf het openbaar toegankelijk gebied nauwelijks zicht op is; staan zij op een ondersteuningsconstructie die zo laag en onopvallend mogelijk is; zijn zij regelmatig gerangschikt (in een rechthoek of op een lijn) doorbreken zij geen belangrijke uitzichten op, vanuit of binnen het erf; blijven zij zo veel mogelijk uit het zicht, bijvoorbeeld door de gekozen locatie, achter een wintergroene haag of verdiept geplaatst; wordt per opstelling één soort panelen toegepast. De technische uitvoering Het ontwerp voor de inpassing van zonne-energiesystemen voldoet aan de volgende technische maatregelen: de dakconstructie kan het gewicht van de installatie dragen; het aanbrengen van eventuele versterkingen leidt niet tot ongewenste fysieke of visuele schade aan historisch waardevolle constructies aan de binnen- of buitenkant van het monument; een aangepaste serieschakeling, micro-omvormers en power optimizers (alleen bij zonnepanelen) zijn geschikte oplossingen bij schaduwval op het systeem; opvallende posities van collectoren en panelen op daken weg van de schaduw, sloop van historische dakelementen zoals schoorstenen en dakkapellen, of verwijdering van cultuurhistorisch waardevol groen zoals bomen zijn ongewenst; leidingen of kabelsleuven graven in de grond gebeurt met zo min mogelijk schade aan de waardevolle groenaanleg, zoals aan boomwortels; op hellende daken staan collectoren en panelen onder dezelfde hoek als het dak; op platte daken staan collectoren en panelen onder een hoek waarbij hun hoogste punt uit het zicht blijft vanuit het openbaar gebied en staan ze evenwijdig aan de dakrand; de bevestiging van collectoren en panelen op hellende daken vindt plaats met metalen bevestigingshaken die zijn vastgeschroefd op het constructiehout van de kap zoals sporen of gordingen, zonder dat extra hulpconstructies in de kap nodig zijn; bevestiging van collectoren en panelen op platte daken vindt plaats door verzwaring met ballast of eventueel met waterdichte verankeringen door de dakbedekking heen in de draagconstructie; leidingen en kabels in het interieur volgen een route die weinig fysieke of visuele schade veroorzaakt; gaten in dak of dakbeschot zijn lucht- en waterdicht afgedicht; kleinere apparatuur in het interieur zit gegroepeerd op een houten onderconstructie om het aantal boorgaten in historisch metselwerk te beperken (alleen bij grotere installaties); collectoren en panelen liggen op enige afstand van de nok en de zijranden om loswerken door de wind te voorkomen; collectoren en panelen liggen op enige afstand van de dakgoot voor en goede opvang van regenwater; zonnepaneelinstallaties zijn geaard; collectoren en panelen zijn bereikbaar voor inspecties, onderhoud en schoonmaken; de leidingen tussen de collectoren en het warmwatervat zijn geïsoleerd tegen brandwonden en schroeischade; een zonnepaneelinstallatie wordt geplaatst door een vakspecialist om een verhoogd brandrisico te voorkomen; de energieopwekking is ten bate van het eigen (monumentale) pand;

Rechtspraak bij dit artikel