Op basis van de vervoersbehoefte en de aard van de beperking van een inwoner wordt bepaald welke voorziening of welke combinatie van voorzieningen het meest passend is.
Een vervoersvoorziening kan bestaan uit:
Lid a. vrijwilligersvervoer
Lid b. een collectief systeem van aanvullend vervoer;
Lid c. een scootmobiel;
Lid d. een andere speciaal voor de doelgroep bedoelde vervoersvoorziening;
Lid e. een auto-aanpassing en gebruik eigen auto, financiële tegemoetkoming;
Lid a. vrijwilligersvervoer
Met de vrijwillige vervoersdienst Dantumadiel, kunnen inwoners zelf hun vervoer regelen. Het vrijwilligersvervoer is een Algemene voorziening. Inwoners met beperkingen, of oudere inwoners of Wmo – cliënten die snel en zelf hun vervoer willen regelen kunnen gebruik maken van deze voorziening. Een indicatie is niet nodig, waardoor deze voorziening laagdrempelig is. Inwoners hebben verschillende mogelijkheden om hun vervoer probleem op te lossen, zelf regelen, via het netwerk, OV of de vrijwillige vervoersdienst. Het regelen van het vervoer kan van de maandag tot en met de vrijdag via Stichting Welzijn Het Bolwerk.
Lid b. een collectief systeem van aanvullend vervoer
Collectief vervoer is een vervoersvoorziening die voorziet in een vervoersbehoefte in de woon- en leefomgeving. Indien deze voorziening passend en toereikend is, kan een inwoner een vervoerspas voor het collectief vervoer aanvragen, waarmee tegen een lager tarief (vergelijkbaar met het reguliere OV) kan worden gereisd.
Om te bepalen of collectief vervoer voor een inwoner, vanwege zijn beperkingen, een passende voorziening is, worden de volgende onderdelen gewogen (= onderzoek):
- Vrijwilligersvervoer;
- Algemeen gebruikelijke voorzieningen, zoals het OV, een fiets, brommer, scooter, ongeacht de bewoner deze al in eigendom heeft;
- Eigen auto of auto van derden uit het sociaal netwerk;
- Niet in staat is de wachttijd voor het instappen te overbruggen, niet in staat is zelf in / en of uit te stappen omdat de bewoner is aangewezen op een niet aangepaste bushalte / bus, niet zelf de regie kan voeren voor, tijdens of na de reis, en er niet altijd iemand is die begeleiding kan bieden; en
- Niet in staat is eerst te oefenen met het reizen met OV, al dan niet onder begeleiding van een naaste.
De maatwerkvoorziening voor vervoer moet afgestemd zijn met andere wetgeving/regelingen. Hierbij valt te denken aan:
- Wet langdurige zorg (Wlz), Zorgverzekeringswet (Zwv); bijvoorbeeld vervoer in verband met medische behandeling, UWV; vervoer in het kader van arbeid, Onderwijs; leerlingenvervoer.
Meereizen van kinderen bij collectief vervoer:
Uitgangssituatie is dat kinderen vanaf 12 jaar een zelfstandige vervoersbehoefte hebben. Kinderen jonger dan 5 jaar hebben geen zelfstandige vervoersbehoefte, omdat de ouders (verzorgers) hen kunnen meenemen zonder dat een voorziening hoeft te worden getroffen. Kinderen van 5 tot en met 11 jaar hebben in beginsel ook geen zelfstandige vervoersbehoefte, zij worden bij het zich verplaatsen bijna steeds begeleid door de ouders (verzorgers).
Lid c. een scootmobiel
Een scootmobiel is een vervoersvoorziening die voorziet in een vervoersbehoefte in de directe omgeving van de eigen woning, voor activiteiten als boodschappen doen, bezoek aan personen uit het sociaal netwerk of het meedoen aan maatschappelijke activiteiten. Deze vervoersvoorziening kan indien nodig gecombineerd worden met collectief vervoer.
Om te bepalen of een scootmobiel voor een inwoner een passende voorziening is en welke scootmobiel passend is, uitgaande van het soort en het merk van de scootmobiel, worden de volgende aspecten gewogen:
- Een inwoner heeft een (objectief) aantoonbare ernstige belemmering in de sta-loopfunctie en ondervindt ten gevolge hiervan problemen bij het verplaatsen buitenshuis;
- Er kan geen gebruik gemaakt worden van een andere algemeen gebruikelijke voorzieningen zoals OV, fiets, rollator, stok etc.;
- Een inwoner dient zonder begeleider zelf zijn bestemming te kunnen bepalen en vinden;
- Een inwoner heeft een goede zitbalans en kan zelfstandig in- en uitstappen;
- Een inwoner kan de scootmobiel zelfstandig bedienen en besturen.
Aanvullingen bij de hierboven genoemde aspecten:
- Goedkoopst adequate oplossing: tevens zal er rekening gehouden moeten worden met het feit dat de scootmobiel de goedkoopst adequate voorziening dient te zijn voor de desbetreffende situatie. Daarnaast zal er afhankelijk van de vervoersbehoefte en beperking van de inwoner beoordeeld worden wat de goedkoopst adequate scootmobiel is en daarmee ook welke maximumsnelheid volstaat. Indien de inwoner een duurdere scootmobiel wenst, betaalt deze het meerdere zelf.
- Stalling/opladen: Bij een indicatie voor een individuele scootmobiel dient er een geschikte stallingsmogelijkheid met oplaadpunt voor opladen aanwezig te zijn of deze mogelijkheid dient gerealiseerd te kunnen worden.
- Service/onderhoud: De kosten van service, onderhoud en reparatie maken onderdeel uit van de verstrekking van de voorziening, tenzij de schade als gevolg van verwijtbaar gedrag of nalatigheid is ontstaan. De kosten voor de reparatie van de voorziening als gevolg van verwijtbaar gedrag of nalatigheid zijn voor rekening van de inwoner zelf. De kosten van het opladen van een scootmobiel worden beschouwd als algemeen gebruikelijke kosten en zijn voor rekening van de inwoner zelf. De leverancier is verantwoordelijk voor het onderhoud.
- Ook meerkosten van onderhoud als gevolg van een zelf gekozen duurdere voorziening dan de goedkoopst mogelijke adequate oplossing komen in beginsel voor rekening van de inwoner zelf.
- Combinatie: Als er zich buiten het bereik van de scootmobiel een vervoersprobleem voordoet dan onderzoeken of deze gecombineerd kan worden met collectief vervoer.
Lid d. een andere speciaal voor de doelgroep bedoelde vervoersvoorziening
Het betreft hier een bijzondere op een aan de beperking van een inwoner aangepaste vervoersvoorziening, zoals bijvoorbeeld een driewielfiets. Fietsen die algemeen verkrijgbaar zijn, worden als algemeen gebruikelijke voorziening beschouwd.
Daarmee kunnen in elk geval de volgende fietsen als algemeen gebruikelijke voorziening beschouwd: fiets met lage instap, ligfiets, tandem, loopfiets, spartamet, elektrische fiets, bakfiets, fietskar, aanhangfiets. Deze opsomming is niet limitatief. Maatwerk is van toepassing als de situatie van de cliënt dat vraagt.
Lid e. een auto-aanpassing en gebruik eigen auto, financiële tegemoetkoming
Indien een inwoner aangewezen is op een eigen auto als vervoersmiddel én er als gevolg van de beperking een autoaanpassing naar het oordeel van de gemeente noodzakelijk is, kan deze als voorziening verstrekt worden. Een autoaanpassing wordt niet preventief verstrekt.
Om te bepalen of een inwoner in aanmerking komt voor een auto-aanpassing, worden de volgende onderdelen gewogen:
- Een andere vervoersvoorziening biedt geen passende oplossing (algemeen gebruikelijke voorziening of een maatwerkvoorziening als bijvoorbeeld een bijzondere fiets, scootmobiel of collectief vervoer);
- Het gebruik van de eigen auto is vanwege de aard van de beperking noodzakelijk voor het zich verplaatsen in de woon – en leefomgeving;
- Eigenaar / bestuurder: een inwoner of ouder/verzorger van een jeugdige waar de autoaanpassing voor bestemd is, is eigenaar en/of bestuurder van de auto.
- Er is sprake van meerkosten ten opzichte van de periode voordat de beperkingen ontstonden;
- Een autoaanpassing is de goedkoopst adequate oplossing; en
- De te maken kosten van de autoaanpassing staan in redelijke verhouding tot het gebruik, de geldigheidsduur van het rijbewijs, de verwachte levensduur en technische staat van de auto. Om te kunnen beoordelen of de aanpassing nog verantwoord is, kan een technische keuring van de auto door een onafhankelijke instantie onderdeel uitmaken van de beoordeling.
Algemeen gebruikelijke autoaanpassingen
Een aantal autoaanpassingen zijn algemeen gebruikelijk, zoals stuurbekrachtiging, rembekrachtiging, automatische versnelling, een auto met hoge instap, een (verstelbare) autostoel met een goed zitcomfort en/of zithouding, bredere pedalen. Dit betreft geen limitatieve opsomming.
Van een inwoner wordt verwacht dat bij de aanschaf van een auto rekening heeft gehouden met de op dat moment aanwezige of voorzienbare beperkingen en daarbij voldoende aandacht heeft besteed aan de genoemde algemeen gebruikelijke mogelijkheden.
De gemeente heeft een compensatieplicht voor een afstand conform het collectief lokaal vervoer (25 km vanaf de woning). Indien een inwoner als gevolg van zijn beperking pas klachten krijgt na het rijden van langere afstanden, wordt hiervoor geen voorziening verstrekt.
Gebruik eigen auto, financiële tegemoetkoming:
Een vervoersvergoeding, een financiële tegemoetkoming, wordt alleen verstrekt indien de gebruikskosten van een eigen auto voor de inwoner als persoon niet algemeen gebruikelijk zijn. Zorgvuldig onderzoek is nodig om de noodzaak voor het gebruik eigen auto vast te stellen. De financiële tegemoetkoming is geen inkomen voor levensonderhoud.
De totale hoogte van de vergoeding wordt mede gebaseerd op de omvang van het vervoer. De omvang wordt op maat vastgesteld op basis van de aard van de beperking, de vervoersbehoefte en het gebruik van andere vervoersvoorzieningen, met een omvang van maximaal 1500 km per jaar. De financiële tegemoetkoming is daarmee maximaal 1500 x € 0,21 op jaarbasis.
Bij de financiële tegemoetkoming moet je binnen de grens blijven tussen kostendekkend zijn en in de buurt komen van de daadwerkelijk gemaakte kosten. Als uit het zorgvuldig onderzoek blijkt dat de financiële tegemoetkoming per kilometer onvoldoende is, dan kan een vergelijking worden gemaakt met de ANWB – rekentool.
Artikel 3.
Vorm van de vervoersvoorziening
Onderdeel van Beleidsregels Vervoersvoorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 gemeente Dantumadiel