Naar hoofdinhoud
De omvang voor het collectief vervoer wordt bepaald op basis van de aard van de beperking, de vervoersbehoefte en het gebruik van andere vervoersvoorzieningen, met in principe een maximum van 1500 kilometer per jaar. Wij starten met 750 km per jaar, mede gelet op de voorzieningen in onze regio. Als een inwoner meerdere vervoersvoorzieningen heeft, dan is dit van invloed op de omvang van de vervoersbundel voor het collectief vervoer. Er kan afgeweken worden van het maximum van 750 kilometer bij de gevallen waar men tevens een scootmobiel of fiets kan gebruiken voor de afstanden in de nabije omgeving. Of als men in een WLZ-instelling woont, indien er voldoende aannemelijk gemaakt kan worden dat het gebruik van het collectief vervoer hoger ligt dan deze 750 kilometer en dit vervoer bijdraagt aan de zelfredzaamheid en participatie van de inwoner.

Rechtspraak bij dit artikel