In dit statuut wordt verstaan onder:
Deposito
Niet-verhandelbare belegging bij een bank (schatkist), waarbij een bedrag voor een vaste periode tegen een vast rentepercentage wordt weggezet.
Derivaten
Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen financiële producten, zoals leningen of obligaties zijn. Derivaten worden onder andere ingezet om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren.
EMU-saldo
Landen hebben in het verdrag van Maastricht een norm afgesproken voor de beheersing van het financieringstekort. Het tekort mag in totaal niet meer bedragen dan 3% van het Bruto Binnenlands Product (BBP). Het tekort wordt per land bepaald aan de hand van het zogenaamde EMU-saldo.
Financiële instelling
Een instelling als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Regeling uitzetting en derivaten decentrale overheden (Ruddo).
Financiering
Het aantrekken van benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen.
Garantie
De gemeente stelt zich borg voor een lening van een derde partij tegenover de geldverstrekker. Gedurende een bepaalde looptijd zoals vastgelegd in een overeenkomst verbindt de gemeente zich aan het nakomen van de rente- en aflossingsverplichtingen als de betrokken partij in gebreke blijft hiermee.
Geldstromenbeheer
De activiteiten die nodig zijn om liquide middelen te beheren zowel binnen de organisatie zelf, als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer).
Liquiditeitsrisico
De risico’s van mogelijke wijzigingen in de Liquiditeitenplanning en meerjaren investeringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen.
Kasgeldlimiet
Een bedrag op basis van de Wet Fido ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar.
Koersrisico
Het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen.
Kredietrisico
De risico’s op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van een tekort aan financiële middelen.
Liquiditeitenbeheer
Het financieren en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar.
Liquiditeitenplanning
Een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven in de tijd.
Openbaar lichaam
Een overheid die bepaalde taken uitvoert binnen een bepaald ruimtelijk of inhoudelijk gebied. De belangrijkste openbare lichamen zijn het Rijk, de provincies, de gemeenten, gemeenschappelijke regelingen en de waterschappen.
Participatie
Belang in de vorm van een deelnemingsbewijs/ aandeelbewijs.
Rating
Taxatie van de kredietwaardigheid van een financiele onderneming of een land, bepaald door een ratingbureau
Rentecompensatiecircuit
Systeem waarbij de (valutaire) debet- en creditsaldi van alle rekeningen van een organisatie worden samengevoegd tot één gecombineerd saldo, waarover de rente wordt berekend.
Renterisico
Het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen.
Renterisiconorm
Een bij de aanvang van enig jaar op basis van de Wet Fido gefixeerd percentage van het begrotingstotaal van de gemeente dat bij de realisatie niet mag worden overschreden.
Rentetypische looptijd
Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding.
Rentevisie
Toekomstverwachting over de renteontwikkeling.
Saldobeheer
Het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen.
Schatkistbankieren
Het door decentrale overheden verplicht aanhouden van overtollige middelen in de schatkist bij het ministerie van Financiën.
Toezichthouder
Hier wordt in dit statuut de provincie bedoelt die de taak heeft om financieel toezicht te houden op gemeenten
Treasuryfunctie
De treasuryfunctie zijn alle activiteiten voor het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. De treasuryfunctie bestaat uit vier deelfuncties: risicobeheer, gemeentefinanciering, kasbeheer en debiteuren- en crediteurenbeheer.
Uitzetting
Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer.
Wet Fido
Wet Financiering Decentrale Overheden. Hierin is het financieringsbeleid van openbare lichamen geregeld.