Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.

Artikel 1.

Onderdeel van Treasurystatuut 2023

In dit statuut wordt verstaan onder: Deposito Niet-verhandelbare belegging bij een bank (schatkist), waarbij een bedrag voor een vaste periode tegen een vast rentepercentage wordt weggezet. Derivaten Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen financiële producten, zoals leningen of obligaties zijn. Derivaten worden onder andere ingezet om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren. EMU-saldo Landen hebben in het verdrag van Maastricht een norm afgesproken voor de beheersing van het financieringstekort. Het tekort mag in totaal niet meer bedragen dan 3% van het Bruto Binnenlands Product (BBP). Het tekort wordt per land bepaald aan de hand van het zogenaamde EMU-saldo. Financiële instelling Een instelling als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Regeling uitzetting en derivaten decentrale overheden (Ruddo). Financiering Het aantrekken van benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen. Garantie De gemeente stelt zich borg voor een lening van een derde partij tegenover de geldverstrekker. Gedurende een bepaalde looptijd zoals vastgelegd in een overeenkomst verbindt de gemeente zich aan het nakomen van de rente- en aflossingsverplichtingen als de betrokken partij in gebreke blijft hiermee. Geldstromenbeheer De activiteiten die nodig zijn om liquide middelen te beheren zowel binnen de organisatie zelf, als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer). Liquiditeitsrisico De risico’s van mogelijke wijzigingen in de Liquiditeitenplanning en meerjaren investeringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen. Kasgeldlimiet Een bedrag op basis van de Wet Fido ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar. Koersrisico Het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen. Kredietrisico De risico’s op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van een tekort aan financiële middelen. Liquiditeitenbeheer Het financieren en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar. Liquiditeitenplanning Een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven in de tijd. Openbaar lichaam Een overheid die bepaalde taken uitvoert binnen een bepaald ruimtelijk of inhoudelijk gebied. De belangrijkste openbare lichamen zijn het Rijk, de provincies, de gemeenten, gemeenschappelijke regelingen en de waterschappen. Participatie Belang in de vorm van een deelnemingsbewijs/ aandeelbewijs. Rating Taxatie van de kredietwaardigheid van een financiele onderneming of een land, bepaald door een ratingbureau Rentecompensatiecircuit Systeem waarbij de (valutaire) debet- en creditsaldi van alle rekeningen van een organisatie worden samengevoegd tot één gecombineerd saldo, waarover de rente wordt berekend. Renterisico Het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen. Renterisiconorm Een bij de aanvang van enig jaar op basis van de Wet Fido gefixeerd percentage van het begrotingstotaal van de gemeente dat bij de realisatie niet mag worden overschreden. Rentetypische looptijd Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding. Rentevisie Toekomstverwachting over de renteontwikkeling. Saldobeheer Het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen. Schatkistbankieren Het door decentrale overheden verplicht aanhouden van overtollige middelen in de schatkist bij het ministerie van Financiën. Toezichthouder Hier wordt in dit statuut de provincie bedoelt die de taak heeft om financieel toezicht te houden op gemeenten Treasuryfunctie De treasuryfunctie zijn alle activiteiten voor het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. De treasuryfunctie bestaat uit vier deelfuncties: risicobeheer, gemeentefinanciering, kasbeheer en debiteuren- en crediteurenbeheer. Uitzetting Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer. Wet Fido Wet Financiering Decentrale Overheden. Hierin is het financieringsbeleid van openbare lichamen geregeld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel