**1.** Als de belanghebbende naar het oordeel van het college tekortschietend besef van verantwoordelijkheid betoont voor de voorziening in het bestaan dan wel de uit de wet of de artikelen 28, tweede lid, of artikel 29, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen voortvloeiende verplichtingen niet of onvoldoende nakomt, alsmede het zich tegenover het college of zijn ambtenaren zeer ernstig misdraagt, kan overeenkomstig deze verordening een maatregel worden opgelegd.
**2.** Een maatregel wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate waarin de belanghebbende de gedraging kan worden verweten en de omstandigheden waarin hij verkeert.
Paragraaf 1
Artikel 2
Het opleggen van een maatregel
Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand