Naar hoofdinhoud
1.. Het college wijst een leerling, die aanspraak maakt op een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer zoals bedoeld in artikel 12 of artikel 18 van de Verordening, toe aan een (door het college aangewezen) opstapplaats. 2.. Voor het gebruik maken van de opstapplaatsen gelden de voorwaarden zoals benoemd in het ‘Protocol opstapplaats leerlingenvervoer gemeente Laarbeek’ 3.. In aanvulling op het tweede lid geldt dat het de verantwoordelijkheid van ouders is om de leerling van de woning naar de opstapplaats en van de opstapplaats naar de woning te begeleiden; 3.. De reisafstand (te voet) van de woning van de leerling naar de opstapplaats bedraagt niet meer dan 2.5 kilometer. De reisafstand wordt bepaald aan de hand van ANWB routeplanner. 4.. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet indien de leerling gelet op zijn structurele lichamelijke, verstandelijke of zintuigelijke handicap naar redelijkheid geen gebruik kan maken van de opstapplaats. 5.. Voor het beoordelen van de toepassing van het vierde lid kan worden gevraagd om een medische verklaring ter onderbouwing. 6.. De door het college aangewezen opstapplaatsen zijn opgenomen in bijlage 1.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel