De raad draagt de bevoegdheid over aan het college van burgemeester en wethouders om op grond van artikel 2.8 Omgevingswet het omgevingsplan te wijzigen voor de volgende gevallen:
Het opstellen en aanpassen van regels met betrekking tot de indieningsvereisten en beoordelingsregels voor omgevingsplanactiviteiten;
Ondergeschikte, technische wijzigingen in de verordeningen als onderdeel van het omgevingsplan;
De uitwerking van de in het omgevingsplan van rechtswege opgenomen wijzigings- of uitwerkingsbevoegdheden, of het stellen van nadere eisen;
Het toevoegen en of wijzigen van begripsbepalingen voor zover deze geen wezenlijke wijzigingen voor de fysieke leefomgeving tot gevolg hebben;
Het vertalen van vastgesteld beleid in het omgevingsplan, als bij vaststelling van dat beleid akkoord is gegeven dat het college het betreffende beleid verder uitwerkt in beleidsregels;
Het wijzigen of aanvullen van werkingsgebieden (het gebied waar een bepaalde regel geldt), zolang deze technisch van aard zijn en de feitelijk in gebruik zijnde situatie weergeven;
Het inpassen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (omgevingsvergunningen) in het omgevingsplan, binnen vijf jaar na verlening ervan;
De wijziging van toedeling van functies aan locaties, mits passend binnen het beleidskader;
Het nemen van voorbereidingsbesluiten;
Uitwerking of invulling van gebiedsaanwijzingen in omgevingsvisie of omgevingsplan, door het gebied nader te definiëren en daar regels aan te koppelen;
Het aanwijzen, wijzigen en schrappen van gemeentelijke monumenten;
Het benoemen van leden van de Commissie omgevingskwaliteit;
Exploitatie- en kostenverhaalsregels opstellen voor het regelen van het kostenverhaal;
Wijzigingen in het omgevingsplan die noodzakelijk zijn vanwege gewijzigde hogere wet- of regelgeving;
Wijzigingen in het omgevingsplan die noodzakelijk zijn vanwege een uitspraak van de Raad van State.
Artikel 1
Delegatie aan het college van burgemeester en wethouders
Onderdeel van Delegatiebesluit Omgevingsplan gemeente Culemborg