Naar hoofdinhoud
In deze verordening wordt verstaan onder: a. begraafplaatsen: de Noorderbegraafplaats, gelegen op het terrein kadastraal bekend gemeente Leeuwarden, sectie D, nrs. 1149, 1673, 1676; de Huizumerbegraafplaats, gelegen op het terrein kadastraal bekend gemeente Huizum, sectie G, nr. 516; b. eigen graf: een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor voor bepaalde of onbepaalde tijd het uitsluitend recht is verleend tot: - het doen begraven en begraven houden van lijken; - het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen; - het doen verstrooien van as; c. eigen kindergraf: een graf, waarvoor voor bepaalde of onbepaalde tijd het uitsluitend recht is verleend tot: - het doen begraven en begraven houden van lijken van kinderen beneden de leeftijd van twaalf jaar; - het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen; - het doen verstrooien van as; d. eigen urnengraf: een graf, urnenkelder daaronder begrepen, waarvoor het uitsluitend recht is verleend tot: - het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen; - het doen verstrooien van as; e. asbus: een bus ter berging van as; f. urn/urnenkeldertje: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen; g. verstrooiingsplaats: een plaats waarop as wordt verstrooid; h. grafbedekking: gedenkteken en/of winterharde beplanting op een graf of urnengraf; i. grafkelder: een uit steenachtige materialen gebouwde grafruimte; j. beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaatsen of degene die hem vervangt; k. rechthebbende: degene die het uitsluitend recht heeft verkregen zoals omschreven bij eigen graf, kindergraf en urnengraf.

Rechtspraak bij dit artikel