Naar hoofdinhoud
l.. Begraving mag slechts geschieden indien van tevoren het verlof tot begraven of de bezorging van as is overgelegd aan de beheerder. Tevens dient een document te worden overgelegd als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de Wet op de lijkbezorging. 2.. Bij begraving van een vrucht, na een zwangerschap korter dan 24 weken, dient een verklaring van de behandelend arts te worden overgelegd. 3.. Indien de begraving of de bezorging van as in een eigen graf, eigen kindergraf of eigen urnengraf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd en ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet. 4.. Indien de bijzetting van een asbus in een eigen graf, eigen kindergraf of eigen urnengraf zal plaatsvinden, dient daartoe tevens een machtiging, ondertekend door de rechthebbende of diens rechtverkrijgende, tot verstrooiing na afloop van de uitgiftetermijn te worden overgelegd. 5.. Begraving of bijzetting in een eigen graf, eigen kindergraf of eigen urnengraf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door een van de andere personen genoemd in artikel 14, tweede lid. 6.. De beheerder onderzoekt de genoegzaamheid van de overgelegde stukken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel