Naar hoofdinhoud
Raadsleden dienen schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester in bij de griffier. Daarbij wordt aangegeven of er een voorkeur voor schriftelijke of mondelinge beantwoording bestaat. De griffier brengt de vragen via een mailbericht zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden, het college en, het directiesecretariaat. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen 30 dagen, nadat de vragen zijn ingediend. Tenzij het college of de burgemeester de griffier gemotiveerd in kennis stelt dat dit onmogelijk is, waarbij aangegeven wordt binnen welke termijn beantwoording zal plaatsvinden. Schriftelijke antwoorden worden door tussenkomst van de griffier aan de raadsleden via de mail toegezonden. Het college dient mondelinge vragen uiterlijk te beantwoorden in de eerste openbare raadsvergadering na het verstrijken van de periode van dertig dagen na de datum van indiening van de vragen. De vragensteller kan nadere inlichtingen vragen over het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist. Bij schriftelijke beantwoording kan dit tijdens de behandeling van de vragen bij het agendapunt ”ingekomen stukken” in de vergadering waarop de beantwoording is geagendeerd. Bij mondelinge beantwoording kan dit in dezelfde raadsvergadering in aansluiting op de beantwoording.

Rechtspraak bij dit artikel