Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3

Artikel 50

Vragen- en spreekrecht raads- en burgerraadsleden

Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Horst aan de Maas 2023

1.. Tijdens het agendapunt vragen- en spreekrecht raads- en burgerraadsleden kunnen schriftelijke vragen mondeling worden beantwoord en kunnen mondeling vragen worden gesteld. 2.. Leden die mondeling vragen willen stellen melden dit onder korte aanduiding van de vraag uiterlijk vóór maandagochtend 9.00 uur voorafgaand aan de vergadering bij de griffier. 3.. De schriftelijke raadsvragen worden in maximaal twee termijnen mondeling beantwoord waarna aansluitend de mondelinge vragen kunnen worden gesteld die in één termijn worden beantwoord. 4.. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. 5.. De voorzitter kan aan andere leden het woord verlenen om, hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester, vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. 6.. Raads- en burgerraadsleden kunnen slechts het woord voeren over niet op de agenda vermelde onderwerpen indien zij dit uiterlijk om 9.00 uur op de maandag voorafgaand aan de vergadering hebben gemeld bij de griffier. 7.. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter of een lid van de raadsavond doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de spreker. 8.. Nadat een raads- of burgerraadslid gebruik heeft gemaakt van de hem gegeven spreektijd antwoordt het college binnen de haar gegeven spreektijd. 9.. Vervolgens krijgen zowel de in het vorige lid genoemde raads- of burgerraadslid als de overige leden van de raadsavond, de gelegenheid om in één termijn op het antwoord van het college te reageren. 10.. Tijdens het agendapunt vragen- en spreekrecht raads- en burgerraadsleden worden geen interrupties toegestaan.

Rechtspraak bij dit artikel