**1..** Het college stelt vóór 15 februari van het jaar volgend op het subsidiejaar de subsidievaststellingstarieven vast voor reguliere en VE-peuterplaatsen met en zonder kinderopvangtoeslag, de Peuterplus en voor de toeslag voor de HBO pedagoog. Deze zijn gebaseerd op de berekening als bijgevoegd in bijlage 1. Daarbij wordt gewerkt met de daadwerkelijk geldende salarisbedragen voor het afgelopen subsidiejaar. De in de berekening opgenomen ramingen worden niet aangepast ten opzichte van de subsidieverleningstarieven.
**2..** Voor 1 april van het jaar volgend op het subsidiejaar dient de houder een aanvraag tot subsidievaststelling in.
**3..** Voor de aanvraag tot subsidievaststelling gebruikt de houder het door het college vastgestelde vaststellingsformulier.
**4..** Het college stelt de subsidie vast op basis van het gemiddelde aantal bezette reguliere en VE-peuterplaatsen.
**5..** Voor de vaststelling van de subsidie registreert de houder de volgende gegevens:
het aantal bezette reguliere peuterplaatsen per elke 1e van de maand;
het aantal bezette VE-peuterplaatsen, uitgesplitst naar met en zonder kinderopvangtoeslag per elke 1e van de maand;
het aantal peuters met een VE-indicatie dat gebruik maakte van een kinderdagverblijf met VE-registratie, waarbij van elke peuter het aantal dagdelen en de gebruiksperiode wordt vermeld;
de verdeling van reguliere en VE-peuterplaatsen over de groepen/locaties;
de werkelijk ontvangen ouderbijdragen, voor reguliere en VE-peuterplaatsen apart; en
mits van toepassing, verantwoording over de inzet van de VE-beleidsmedewerker en de pedagoog.
**6..** De houder vergezelt de verantwoording van een door een accountant goedgekeurde jaarrekening. Deze dient in afwijking van de datum genoemd in lid 1, voor 1 juni van het jaar volgend op het subsidiejaar ingediend te worden.
Artikel 12
SUBSIDIEVASTSTELLING
Onderdeel van Nadere regels subsidie peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Vijfheerenlanden 2023