Naar hoofdinhoud
1.. Het college stelt vóór 15 september van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar de subsidieverleningstarieven vast voor reguliere en VE-peuterplaatsen met en zonder kinderopvangtoeslag, de Peuterplus en voor de toeslag voor de HBO pedagoog. Deze zijn gebaseerd op de berekening als bijgevoegd in bijlage 1. Daarbij werkt het college met de op dat moment bekende salarisbedragen voor 1 januari van het subsidiejaar. De in de berekening opgenomen ramingen worden elk jaar geïndexeerd aan de hand van de indexering van het maximumbedrag voor de kinderopvangtoeslag. Indien aanpassing van het model nodig lijkt, treden houders en college daarover in overleg en kan op basis daarvan het college voorgesteld worden de bijlage aan te passen. 2.. Als grondslag voor de te verlenen subsidie hanteert het college het aantal peuters dat gebruik maakt van de peuteropvang, de soort peuterplaats, het recht op kinderopvangtoeslag en de groepsgrootte. 3.. Het college bepaalt de subsidiebedragen als volgt: per bezette reguliere peuterplaats voor zover ouder(s) en/of verzorger(s) van de peuter in kwestie geen recht heeft/hebben op kinderopvangtoeslag: het in het eerste lid bedoelde tarief voor een reguliere peuterplaats minus de daarvoor in rekening te brengen ouderbijdrage volgens de VNG-adviestabel; per bezette VE-peuterplaats voor zover ouder(s) en/of verzorger(s) van de peuter in kwestie geen recht heeft/hebben op kinderopvangtoeslag: het in het eerste lid bedoelde tarief voor een VE-peuterplaats, afhankelijk van de groepsgrootte, minus de daarvoor in rekening te brengen ouderbijdrage volgens de VNG-adviestabel voor 8 uur per week; per bezette VE-peuterplaats voor zover ouder(s) en/of verzorger(s) van de peuter in kwestie recht heeft/hebben op kinderopvangtoeslag: het in het eerste lid bedoelde tarief voor een VE-peuterplaats met kinderopvangtoeslag; als de houder kiest voor de inzet van een HBO-pedagoog, per bezette reguliere en VE-peuterplaats het in het eerste lid bedoelde tarief voor de HBO-pedagoog; per peuterplusgroep: een vast bedrag van 7 maal het in het eerste lid bedoelde tarief voor een VE-peuterplaats minus de daarvoor in rekening te brengen ouderbijdrage volgens de VNG-adviestabel voor 8 uur per week. 4.. Houders innen zelf de ouderbijdragen en zijn verantwoordelijk voor het risico van niet-betalers. 5.. Voor kinderen met een VE-indicatie van het consultatiebureau, die gebruik maken van een kinderdagverblijf, dat een VE-registratie heeft in het LRK en die voldoen aan de criteria van VE, ontvangt de houder het in het eerste lid bedoelde tarief voor een VE-peuterplaats (groep 16 kinderen) met kinderopvangtoeslag. 6.. In afwijking van lid 1 wordt het tarief voor 2023 vastgesteld voor 1 juni 2023.

Rechtspraak bij dit artikel