Tegelijk met de Ow wordt ook de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) van kracht. Bij de invoering van de Wkb draait het, samengevat, om een aantal veranderingen in de wijze waarop de kwaliteit van bouwwerken wordt geborgd. De (private) markt gaat hierin een grotere rol spelen en de gemeente heeft minder taken bij die kwaliteitsborging. De Wkb heeft tot doel de kwaliteit van bouwwerken te verbeteren en de positie van de eindgebruiker te versterken. In veel gevallen is dit de consument.
Met de invoering van de Wkb wordt de controle op uitvoering van bouwactiviteiten voor eenvoudige bouwwerken (de zgn. gevolgklasse 1) gedaan door een kwaliteitsborger, in plaats van de gemeente. Een kwaliteitsborger is een onafhankelijke kwaliteitscontroleur die controleert of een gebouw voldoet aan de wettelijke en technische eisen die zijn neergelegd in diverse wetgeving. Hiermee starten zij al tijdens het ontwerp en gaan hier verder mee op de bouwplaats zelf. Wanneer het bouwwerk aan de gestelde eisen voldoet, wordt door de controleur een verklaring afgegeven (gereedmelding). Door het afgeven van een gereedmelding mag het bouwwerk in gebruik worden genomen. De opdrachtgever is verplicht een onafhankelijke kwaliteitsborger in te schakelen. Door de invoering van de Wkb veranderen de rol en de taken van de gemeente bij vergunningverlening en het houden van toezicht op de bouw. De handhavingstaak (bouwen in afwijking van de regels of van de vergunning) blijft wel bij de gemeente liggen.
De gemeente blijft vooralsnog verantwoordelijkheid voor het toezicht op de nieuwbouw van bouwwerken die vallen onder gevolgklasse 2 en 3. Gevolgklasse 2 bestaat uit onder meer scholen en kantoren. Gevolgklasse 3 bestaat uit bouwwerken met de grootste maatschappelijke risico's bij falen, zoals hoogbouw boven 70 meter, ziekenhuizen, tunnels etc.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.1
Artikel 2.1.2
Wet kwaliteitsborging voor het bouwen
Onderdeel van VTH-Beleidsplan 2023