Cultuurhistorie omvat drie vakgebieden; archeologie, bouwhistorie en historische geografie. Archeologie houdt zich voornamelijk bezig met het bodemarchief, waartoe zowel losse vondsten als grondsporen behoren. Tevens bestudeert de archeologie enkele bovengrondse verschijnselen uit de prehistorie en de middeleeuwen, zoals grafheuvels, hunebedden, schansen, dijken, landweren en dergelijke. Bouwhistorie betreft de studie van de bebouwde omgeving, zoals kerken, kastelen, bruggen, sluizen, maar ook tuinen en landgoederen. Historische geografie bestudeert de ruimtelijke aspecten van menselijke activiteiten in het verleden en de sporen die vroegere menselijke activiteiten in het landschap hebben achtergelaten. Hieronder vallen niet alleen elementen en patronen zoals (water)wegen, dijken, verkavelingspatronen, nederzettingsstructuren, heggen, houtwallen en poelen, maar ook het (historisch) bodemgebruik (akkers, heidevelden en dergelijke).
De gemeente heeft een nota Cultuurhistorisch Erfgoed, die dateert van 2010 en bij de gemeentelijke herindeling in 2013 opnieuw ongewijzigd is bekrachtigd. Het omvat de visie, ambities en uitgangspunten van het cultuurhistorisch erfgoedbeleid van de gemeente. De Kleurrapportage Monitor monumenten en archeologie 2021-2022 Heerenveen, van de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed (van het ministerie van OC&W) toont hoe onze gemeente ervoor staat op deze onderwerpen. De rapportage constateert: “mogelijk is het beleid niet meer actueel en is daardoor niet duidelijk hoe binnen uw gemeente omgegaan wordt met monumenten en archeologie.” De aanstaande Ow verplicht de gemeente tot het opstellen van een omgevingsvisie waarin specifiek wordt ingegaan op cultureel erfgoed, en dezelfde verplichting geldt voor archeologie. In samenwerking met de afdeling RO werken we aan actualisering van ons beleid