Een uitwegvergunning wordt geweigerd ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg:
Indien de structuur van een verkeersgebied wordt aangetast, zoals bij het verdwijnen van het onderscheid tussen een verkeersluw en een verkeersintensief gebied;
indien in een te ontwerpen wijkstructuur de gemaakte afbakening tussen voetgangers- en autogebied wordt aangetast;
op of bij een kruising of splitsing van wegen;
binnen vijf (5) meter van het tangentpunt van de bocht;
op de plaats van op de aanliggende weg aangebrachte opstelstroken dan wel voorsorteervakken;
op een plaats waar de aanliggende rijbaan van de weg zodanig smal is dat de inrit wegens te beperkte manoeuvreerruimte met een personenauto niet direct kan worden opgereden;
kort bij een helling van de weg, waardoor onoverzichtelijke en/of onveilige situaties kunnen ontstaan;
op een plaats waarbij de bestuurder van een personenauto op enig punt van de uitweg niet of nauwelijks zicht heeft of kan hebben op de weg, op het trottoir, of op een fiets- en/of voetpad;
op een plaats waar de ruimte voor het plaatsen van een personenauto op het perceel van de aanvrager minder dan vijf (5) meter zou bedragen;
op een plaats waar belemmeringen ontstaan voor het in- en uitrijden met een personenauto van één of meer bestaande garages;
op de plaats van aanwezige openbare verlichting welke niet te verplaatsen is;
indien de inrit bij een woonhuis breder is dan vijf (5) meter.
Artikel 2.
Toetsingscriteria weigeringsgrond a: ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg
Onderdeel van Beleidsregels aanvragen uitwegvergunningen gemeente Land van Cuijk 2023