Deze Nadere regel verstaat onder:
Beweging naar voren: het zoveel mogelijk preventief en ‘zo gewoon mogelijk’ bieden van hulp en ondersteuning, aansluitend bij de leefwereld van kind en gezin. Uitgangspunt hierbij is het vroegtijdig bereiken van kinderen en gezinnen, waarmee (ergere) problemen worden voorkomen.
Doorgaande leerlijn: Verdeling van het curriculum over de schooljaren waarbij leerinhoud en het onderwijsresultaat van verschillende schooltypen (voorschoolse educatie, primair onderwijs, voortgezet onderwijs en vervolgonderwijs) naadloos op elkaar aansluiten.
Educatief partnerschap: Ouders en professionals werken op een gelijkwaardige manier samen en stemmen op elkaar af om een optimale ontwikkeling van het kind te stimuleren.
Gemengde groep voorschoolse educatie: Een groep kinderen op een kindercentrum die voorschoolse educatie ontvangen, waarin zowel kinderen met als zonder indicatie voor voorschoolse educatie zitten.
Houder: degene aan wie een onderneming als bedoeld in de Handelsregisterwet 2007 toebehoort en die met die onderneming een kindercentrum of een gastouderbureau exploiteert. ( art. 1.1 Wet Kinderopvang).
Indicatie voorschoolse educatie: een door de jeugdgezondheidszorg Utrecht afgegeven indicatie aan kinderen die een (risico op) een taal- en/of ontwikkelingsachterstand hebben en hiermee in aanmerking komen voor 16 uur voorschoolse educatie per week.
Kernpartneraanpak voorschoolse educatie: intensieve samenwerking tussen de aanbieders van voorschoolse educatie en plusopvang, de jeugdgezondheidszorg, Buurtteam Jeugd en gezin en samenwerkingsverband Utrecht Primair Onderwijs om goede en passende ondersteuning te bieden aan jonge kinderen en hun ouders in de stad Utrecht.
Kindercentrum: Een voorziening waar kinderopvang plaatsvindt, anders dan gastouderopvang, zoals bedoeld in artikel 1.1. van de Wet kinderopvang en opgenomen in het Landelijk Register Kinderopvang.
Kinderen met ondersteuningsbehoefte: Kinderen die vanwege een verstandelijke of fysieke beperking, ontwikkelachterstand of gedragsproblemen extra ondersteuning nodig hebben.
Kind met een indicatie voor voorschoolse educatie: Kind van 2,5 tot 4 jaar dat ingeschreven staat in de Basisregistratie Personen (BRP) en woonachtig is in de gemeente Utrecht, met een door de jeugdgezondheidszorg Utrecht afgegeven indicatie voor voorschoolse indicatie.
Kindplaats: Een plaats voor een kind in een kindercentrum. Eén kindplaats kan voor een heel kalenderjaar door één kind worden bezet of door meerdere kinderen voor evenredige delen van dat jaar.
Kortdurende opvang: Kindercentrum met opvang voor kinderen in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar voor een paar uur per dag (maximaal 6 uur).
Leidende principes: Uitgangspunten die ten grondslag liggen aan hoe we in Utrecht werken, te weten: A) leefwereld centraal: de inwoner/het gezin/het kind/de jongere in het dagelijkse leven vormt het uitgangspunt voor de ondersteuning en voor beleidsontwikkeling; B) doen wat nodig is: maatwerk bieden in aanvulling op en in samenwerking met de inzet van het eigen netwerk; C) ruimte voor professionals: ruimte voor professionele afwegingen en beslissingen; D) uitgaan van mogelijkheden: normaliseren in plaats van problematiseren en aansluiten bij de mogelijkheden van de inwoner/gezin/kind/jongere en diens omgeving; E) zo nabij mogelijk: zorg beschikbaar in de eigen buurt, maatwerk in aansluiting bij inwoner/gezin/kind/jongere en de omgeving daar omheen; F) eenvoud: de inhoud is leidend, niet het systeem en het zorglandschap is overzichtelijk en minder versnipperd met minder bureaucratie.
Plusopvang: kinderopvang en buitenschoolse opvang, die valt onder de wet Kinderopvang, waar ondersteuning wordt geboden aan kinderen, bijvoorbeeld vanwege een verstandelijke of fysieke beperking, ontwikkelachterstand of gedragsproblemen. In deze Nadere regel wordt onderscheid gemaakt in twee varianten:
Kinderopvang plus – voor de leeftijd 0 – 4 jaar;
Buitenschoolse opvang plus – voor de leeftijd 4 – 12 jaar.
Sociale basis: omvat algemene voorzieningen die goed toegankelijk en bereikbaar zijn voor iedereen. Het gaat om onderwijs, sport, welzijn, cultuur en meer. Ook bewoners die zich vrijwillig inzetten voor elkaar en voor de buurt en veel organisaties en maatschappelijke initiatieven zijn onderdeel van deze sociale basis. In het kader van deze regeling gaat het oa.om initiatieven in de sociale basis rondom taal, opvoeden en opgroeien.
Taakuren: Uren die worden ingezet voor indirecte werkzaamheden ten behoeve van voorschoolse educatie. Tijdens de taakuren wordt de beroepskracht niet meegerekend bij het bepalen van de beroepskracht-kindratio op de groep.
Team toeleiding voorschoolse educatie: team van de Jeugdgezondheidszorg dat ouders van kinderen met VE-indicatie ondersteunt als zij hun kun kind niet zelf aanmelden voor de VE.
TLV-weging: een TLV is een toelaatbaarheidsverklaring voor het speciaal (basis) onderwijs. Er zijn 3 categorieën aan de TLV verbonden. Categorie 1 (laag; kinderen met psychische beperkingen, zeer moeilijk lerende kinderen en chronisch/langdurige zieke kinderen). Categorie 2 (midden; lichamelijke beperkingen). Categorie 3 (hoog; meervoudig gehandicapte kinderen en zeer moeilijk lerende kinderen met een lichamelijke beperking).
Utrechts sturingsmodel: Sturingsmodel gebaseerd op het model Simons waarbij we sturen op: waarden van waaruit we werken (leidende principes, co-creatie), kaders (budget of wettelijke kaders), monitoringinformatie (aantallen, ervaringen) en de dialoog die plaatsvindt om steeds te kunnen leren.
VE Monitor: Door de gemeente en aanbieders van voorschoolse educatie gebruikte monitor die moet zorgen voor een sluitende aanpak van indicatiestelling tot plaatsing: dat elk kind met indicatie voor voorschoolse educatie ontvangt.
Voorschoolse educatie: Intensieve educatie voor kinderen in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar bestaande uit activiteiten ter bevordering van de beheersing van (de Nederlandse) taal met het oog op het voorkomen en bestrijden van onderwijsachterstanden conform besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie gericht op het zo kansrijk mogelijk instromen in het basisonderwijs.
Vroegschoolse educatie: Uitvoering van een VVE-programma verzorgd in groep 1 en 2 van een basisschool als vervolg op de voorschoolse educatie. Bestaande uit activiteiten ter bevordering van de beheersing van (de Nederlandse) taal met het oog op het voorkomen en bestrijden van onderwijsachterstanden en gericht op het zo kansrijk mogelijk doorstromen naar groep 3 van het basisonderwijs.