Naar hoofdinhoud
In deze verordening wordt verstaan onder: aangepast vervoer: vervoer per besloten busvervoer, schoolbusvervoer, taxi, taxibus, bustaxi of touringcar; afstand: afstand tussen de woning en de school, gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg; alternatief adres: een adres naast woonadres van de leerling, zijnde een adres met een erkende vorm van buitenschoolse opvang, en/of zijnde een huisadres; begeleider: ouder of persoon die door de ouders wordt ingezet om de leerling tijdens het vervoer te begeleiden; deskundige: onafhankelijk medisch of pedagogisch deskundige of de in het OOGO bepaalde onafhankelijk deskundige; éénoudergezin: een éénoudergezin is een huishouden waar één gezaghebbende ouder geheel of grotendeels alleen een kind of kinderen opvoedt; eigen vervoer: vervoer per eigen motorvoertuig of fiets; ernstige benadeling: er is sprake van ernstige benadeling van het éénoudergezin of de gezamenlijke huishouding, waardoor begeleiding van de leerling niet meer van de ouder(s) kan worden gevergd. gehandicapte leerling: een leerling als bedoeld in dit artikel, die door een structurele (langer dan drie maanden en niet behandelbaar met medicijnen) lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap niet, of niet zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik kan maken; inkomen: inkomensgegeven als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, in het peiljaar, bedoeld in artikel 4, zevende lid, van de Wet op het primair onderwijs; leerling: de leerling die is ingeschreven bij een school als bedoeld in dit artikel, met uitzondering voor kinderen van kermisexploitanten of van circusmedewerkers (Titel B van het Besluit trekkende bevolking WPO; ontwikkelingsperspectief: een voor de leerling van het primair onderwijs, speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs dan wel voortgezet onderwijs vastgesteld plan als bedoeld in artikel 40a van de Wet op het primair onderwijs, artikel 41a van de Wet op de expertisecentra en artikel 2.44 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, dat door het bevoegd gezag en na op overeenstemming gericht overleg met de ouders is opgesteld. Ingeval van het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs adviseert hierin de commissie voor de begeleiding dan wel de commissie van onderzoek; OOGO: het Op Overeenstemming Gericht Overleg tussen het samenwerkingsverband en de gemeenten binnen het samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a, negende lid van de Wet op het primair onderwijs en artikel 2.47 van de Wet voortgezet onderwijs 2020; openbaar vervoer: voor een ieder openstaand personenvervoer; opstapplaats: plaats aangewezen door burgemeester en wethouders, vanaf waar de leerling gebruik kan maken van het vervoer. De opstapplaats bevindt zich op een veilige en beschutte locatie en op een redelijke loopafstand van de woning van de leerling en biedt voldoende ruimte voor een eventuele begeleider; ouders: ouder(s), voogden of verzorgers van de leerling; reistijd: totale tijdsduur die ligt tussen het verlaten van de woning en de aanvang van de schooldag volgens de schoolgids, minus maximaal 10 minuten, indien en voor zover de leerling het schoolgebouw met bijbehorend terrein gewoonlijk eerder bereikt dan de schoolgids aangeeft, dan wel de totale tijdsduur die ligt tussen het einde van de schooldag volgens de schoolgids en de aankomst bij de woning, plus een eventuele wachttijd voor het openbaar vervoer of maximaal 10 minuten bij gebruikmaking van aangepast vervoer; - samenwerkingsverband: 1°. voor het primair onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a van de Wet op het primair onderwijs; 2°. voor het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 28a van de Wet op de expertisecentra; of 3°. voor het voortgezet onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in en artikel 2.47 van de Wet voortgezet onderwijs 2020; school: de schoollocatie waar de leerling onderwijs volgt. Dit is: 1°. het primair onderwijs: basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs; 2°. het speciaal onderwijs: school voor speciaal onderwijs of het speciaal onderwijs binnen een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra; 3°. het voortgezet speciaal onderwijs: school voor voortgezet speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs binnen een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra; of 4°. het voortgezet onderwijs: school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020; toegankelijke school: school waarop de leerling is aangewezen van de verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting dan wel de openbare school; vervoer: openbaar vervoer, aangepast vervoer of eigen vervoer tussen de woning dan wel de opstapplaats en de school dat plaatsvindt in aansluiting op het begin en einde van de schooldag volgens de schoolgids, tenzij de structurele handicap van een leerplichtige leerling die aansluiting onmogelijk maakt; - vervoersvoorziening: 1°. bekostiging van de goedkoopst mogelijke wijze van openbaar vervoer voor de leerling en zo nodig diens begeleider; 2°. aanbieding van aangepast vervoer dat de gemeente verzorgt of doet verzorgen; of 3°. gehele of gedeeltelijke bekostiging van de door burgemeester en wethouders noodzakelijk geachte vervoerkosten van de leerling en zo nodig diens begeleider; woning: plaats waar de leerling structureel en feitelijk verblijft. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die hierboven niet nader omschreven zijn, hebben dezelfde betekenis als in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet voortgezet onderwijs 2020 en de Algemene wet bestuursrecht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel