Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf

Artikel 4.10.

Het plaatsen van voorwerpen in de publieke ruimte in strijd met de publieke functie ervan

Onderdeel van Verordening kwaliteit leefomgeving gemeente Enschede 2023

1.. Het is verboden om zonder melding of vergunning de openbare ruimte anders te gebruiken dan in overeenstemming met de publieke functie daarvan. 2.. Onverminderd het bepaalde in lid 1 is het verboden om een voorwerp te plaatsen en/of werkzaamheden uit te voeren genoemd in dit artikel wanneer: Er schade wordt toegebracht aan de openbare ruimte of de bruikbaarheid van de openbare ruimte nadelig wordt beïnvloed; Er nadelig invloed is op het veilig gebruik van de openbare ruimte, dan wel een belemmering wordt gevormd voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; Er hinder, overlast dan wel gevaarzetting voor derden wordt veroorzaakt; Het beoogde gebruik langer plaatsvindt dan voor het doel waarvoor het voorwerp wordt geplaatst dan wel de termijn zoals beschreven in de artikelen 4.10.1 en/of 4.10.2 wordt overschreden. 3.. Het college kan, in aanvulling op de regels in dit artikel, nadere regels opstellen voor het plaatsen van voorwerpen in de openbare ruimte. 4.. Een melding of vergunning, mede inbegrepen een verlenging of kennisgeving daarvan als bedoeld in de artikelen 4.10.1 en 4.10.2, kan in ieder geval worden geweigerd indien: Niet wordt voldaan aan de voorwaarden zoals beschreven in dit artikel; Niet wordt voldaan aan de Nadere regels (indien deze zijn opgesteld); Het college van mening is dat het plaatsen van het voorwerp in strijd is met de bruikbaarheid van de openbare ruimte of anderszins niet wenselijk is. 5.. Het verbod in de artikelen 4.10.1 en 4.10.2 geldt niet voor evenementen indien het te plaatsen voorwerp onderdeel uitmaakt van het evenement. 6.. Het verbod in de artikelen 4.10.1 en 4.10.2 geldt niet voor uitstallingen als bedoeld in de Beleidsregel uitstallingen in de openbare ruimte. 7.. De kosten van het eventuele herstel van schade aan openbare eigendommen en de kosten van het opruimen van achtergebleven afval kunnen voor rekening komen van de indiener van de melding/vergunning. 8.. De indiener van de melding/vergunning is tevens verantwoordelijk voor alle schade die ontstaat, als gevolg van het plaatsen van het voorwerp, aan derden. 9.. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene Wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel