Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 10 › Paragraaf

Artikel 10.10i

Aanvullende en afwijkende regels voor paasvuren

Onderdeel van Verordening kwaliteit leefomgeving gemeente Enschede 2023

1. . Het bepaalde in de artikelen 10.10a tot en met 10.10h is van overeenkomstige toepassing voor paasvuren. 2. . De periode in artikel 10.10c, lid 2 onderdeel a., geldt niet voor het verbranden van een paasvuur. 3. . Het maximum aantal in artikel 10.10c, lid 2 onderdeel b., geldt niet voor het verbranden van een paasvuur. 4. . Het verbod in artikel 10.10c, lid 2 onderdeel c., geldt niet voor het verbranden van een paasvuur. 5. . In afwijking van het bepaalde in artikel 10.10e, lid 1, bedraagt de inhoud van de brandstapel voor een paasvuur niet meer dan 500 m3. 6. . De periode in artikel 10.10e, lid 2, geldt niet voor het verbranden van een paasvuur. 7. . Een paasvuur dat niet ontstoken kan worden (bijvoorbeeld vanwege een stookverbod als bedoeld in artikel 10.10g, lid 1), moet binnen 14 kalenderdagen na de geplande datum van branden zijn opgeruimd. De melder dan wel de in artikel 10.10k, lid 1, bedoelde verantwoordelijke persoon draagt op eigen kosten zorg voor het verwijderen en afvoeren van niet verbrand stookmateriaal naar een erkend afvalinzameling- of verwerkingsbedrijf. 8. . Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in lid 7 besluiten dat een paasvuur dat niet ontstoken kan worden op een ander tijdstip alsnog ontstoken mag worden. Voorwaarde daarvoor is wel dat de belemmeringen voor het oorspronkelijke stookverbod zijn opgeheven en de Veiligheidsregio Twente daarvoor een positief advies heeft afgegeven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel