Schade aan dienstvoertuigen wordt door de medewerkers zo spoedig, maar uiterlijk de volgende werkdag gemeld bij de leidinggevende.
De medewerker controleert voor en na het gebruik het dienstvoertuig op schade.
Schade die ontstaan is doordat een medewerker in strijd met deze regeling heeft gehandeld, en/of te wijten is aan roekeloos handelen van de medewerker, wordt op de medewerker verhaald.