Een subsidie bedraagt:
voor een activiteit als bedoeld in artikel 9.5, onder a:
voor een school voor voortgezet onderwijs is: maximaal 65% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 5 per leerling vermenigvuldigd met het leerlingaantal van de school waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;
voor een school voor praktijkonderwijs is: maximaal 85% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 15 per leerling vermenigvuldigd met het leerlingaantal van de school waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.
voor een activiteit als bedoeld in artikel 9.5, onder b: maximaal 100% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 3.000.