De raad delegeert aan het college de bevoegdheid tot wijziging van het omgevingsplan in de volgende gevallen:
het in overeenstemming brengen van het omgevingsplan met een verleende omgevingsvergunning;
het repareren van klaarblijkelijke omissies of verschrijvingen in het omgevingsplan;
het in overeenstemming brengen of conserveren van de regels in het omgevingsplan op basis van de bestaande feitelijke situatie nadat een sloop-, bouw-, of herontwikkelingsproject is afgerond;
het in overeenstemming brengen van het omgevingsplan naar aanleiding van een aanwijzing van de raad of ander bevoegd gezag, of op basis van gewijzigde wetgeving;
het in overeenstemming brengen van het omgevingsplan met door de raad vastgesteld beleid, visie of ontwikkelkader;
het wijzigen van de gebruiksmogelijkheden op basis van een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsverplichting uit een tot inwerkingtreding van de Omgevingswet vigerend bestemmingsplan;
het nemen van een voorbereidingsbesluit (artikel 4.14 Omgevingswet).
het verwerken van bestaande regels die bij de overgang naar het omgevingsplan inhoudelijk niet wijzigen;