Naar hoofdinhoud
Artikel 4.3.1 Aanvullend op artikel 4.2.1 en artikel 4.2.3, kan een advies bij het Landelijk Bureau Bibob worden gevraagd indien: na het eigen onderzoek vragen blijven bestaan over omstandigheden betreffende de persoon van de aanvrager en/of daarmee in verband te brengen betrokkenen, de financier van de betreffende activiteit(en) en/of onderneming of de eigenaar van het pand waarin de onderneming is gevestigd (zakelijke samenwerkingsverbanden/’derden’); na het eigen onderzoek vragen blijven bestaan over de bedrijfs- en organisatiestructuur van aan de uitvoering van de beschikking te verbinden onderneming(en); na het eigen onderzoek vragen blijven bestaan over de financiering van de aan de betreffende beschikking te verbinden activiteiten; Artikel 4.3.2 Een toetsing aan de Wet met behulp van een advies van het Bureau geldt als een uiterst middel om de integriteit van een betrokken (rechts)persoon te controleren. Bij deze zware inbreuk op de privacy moet het bevoegd gezag de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit in acht nemen. Deze eisen brengen mee dat het bevoegd gezag eerst, zoals in artikel 4.1 en 4.2 is uitgewerkt gebruik moet maken van de eigen instrumenten. Voorts moet het vragen van een advies aan het Bureau evenredig zijn gelet op de mate van gevaar en de ernst van de strafbare feiten. Artikel 4.3.3 De adviesaanvraag bij het Bureau is geen beschikking in de zin van de Awb. Hiertegen staat derhalve geen bezwaar of beroep open. Wel is het de aanvrager van een vergunning te allen tijde toegestaan de aanvraag in te trekken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel