De gemeente Doesburg streeft naar een verantwoord evenwicht tussen externe veiligheidsrisico’s en de behoefte aan de activiteiten die de risico’s veroorzaken.
Dit streven is gebaseerd op de overtuiging dat externe veiligheidsrisico’s een onderdeel zijn van het maatschappelijke verkeer. De gemeente kan daarbij niet op alle gevaarlijke activiteiten direct invloed uitoefenen.
Deze verantwoordelijkheid ligt ook bij de gebruiker of de eigenaar en bij de provinciale- en rijksoverheid. Dit laat onverlet dat de gemeente wel een verantwoordelijkheid heeft om externe veiligheidsrisico’s te minimaliseren en beheersbaar te maken. De gemeente wil een substantiële bijdrage leveren aan het bewaken van belangen en het realiseren van ambities door het formuleren en uitvoeren van gemeentelijk beleid.
Op basis van het risicobeeld en de gewenste (ruimtelijke) ontwikkelingen van de gemeente Doesburg (zie hoofdstuk 3) zijn de onderstaande generieke beleidsuitspraken op het gebied van externe veiligheid bepaald. Hieronder wordt eerst het beleid ten aanzien van bestaande situaties kort toegelicht. Vervolgens worden de uitgangspunten en de ambities voor nieuwe situaties behandeld. Eerst zijn generieke beleidsuitspraken gedaan, waarna in de volgende paragraaf deze specifiek worden uitgewerkt voor de onderscheiden gebiedstypen.
Bestaande situaties
In de huidige situatie zijn er geen gebieden, waarbij risicobronnen en woongebieden dusdanig dicht bij elkaar liggen, dat deze extra aandacht behoeven.
Nieuwe situaties
Onderstaande ambities gelden voor nieuwe situaties. Voor het onderscheid tussen bestaande en nieuwe situaties wordt uitgegaan van de definities uit de Handleiding Bevi en Circulaire rnvgs9 Handleiding Besluit externe veiligheid inrichtingen en Circulaire risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen, Ministeries van VROM en Verkeer en Waterstaat (november 2006)., met uitzondering van het oprichten van een nieuwe inrichting. Er is sprake van een nieuwe situatie indien een Wet milieubeheervergunning dient te worden aangevraagd waarbij externe veiligheid een rol speelt of wanneer een (bestemmingsplan)procedure in het kader van de Wet ruimtelijke ordening gevoerd wordt. Het betreft de bestemmingsplanprocedures conform de in artikel 5 van het Bevi benoemde artikelen.
Voor nieuwe situaties gelden de volgende generieke beleidsuitspraken. Deze zijn toepasbaar voor het gehele grondgebied van de gemeente Doesburg. In de volgende paragrafen zijn de uitspraken voor de belangrijkste aanwezige risicobronnen nader geconcretiseerd.
Risicobronnen en (beperkt) kwetsbare bestemmingen worden zoveel mogelijk gescheiden.
Nieuwe Bevi-inrichtingen mogen slechts worden geïntroduceerd als het gaat om reeds in Doesburg gevestigde bedrijven die door wijziging en/of uitbreiding van hun activiteiten onder het Bevi komen te vallen. Voorwaarde is wel dat deze uitbreiding en/of wijziging van de activiteiten wordt ingegeven door redenen van duurzaamheid en/of innovativiteit. Het is de bevoegdheid van het college om gemotiveerd vast te stellen of hieraan wordt voldaan. De komst van inrichtingen met beperkte risicobelasting op de omgeving (zg. drempelwaardenlijstbedrijven) is onder voorwaarden mogelijk.
Aanleg of verbreding van transportassen (wegen, vaarwegen, spoorwegen) waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt of van buisleidingen met gevaarlijke stoffen, door of nabij woonkernen is niet gewenst. In voorkomende gevallen waarin de gemeente niet het bevoegd gezag is, zal zij zich inspannen om de contouren van het plaatsgebonden risico zo dicht mogelijk bij de bron te houden. Daartoe treedt zij in overleg met de initiatiefnemer en eventueel het bevoegd gezag om dit standpunt uit te dragen.
Gemeentegrensoverschrijdende risicoveroorzakende activiteiten zoals vervoer van gevaarlijke stoffen over spoor, weg en water en door buisleidingen worden in regionaal verband opgepakt. Daarbij wordt gezamenlijk opgetrokken om de risicoveroorzakers te beïnvloeden.
Bij het beoordelen van risicosituaties rondom risicoveroorzakende inrichtingen, transportassen en buisleidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen worden het plaatsgebonden risico, het groepsrisico en de mogelijke effecten en beheersbaarheid van een calamiteit betrokken (wettelijke taken). Toch blijft altijd, als aan alle regelgeving wordt voldaan en alle voorgenomen maatregelen zijn genomen, een restrisico over. Dit restrisico wordt meegenomen in de bestuurlijke afweging over de omvang en de verandering van het groepsrisico. Bij het nemen van een Wro-besluit, Wm-besluit of Vervoersbesluit waarbij de verantwoording van het groepsrisico van toepassing is, accepteert de gemeente het restrisico.
Waar zich externe veiligheidsknelpunten voor (kunnen) doen, hebben maatregelen die de kans op een zwaar ongeval met gevaarlijke stoffen verlagen, de voorkeur boven maatregelen die het effect daarvan beperken. De operationalisering van zowel kansreducerende als effectbeperkende maatregelen op grond waarvan het groepsrisico acceptabel wordt geacht, moet goed zijn geborgd.
De besluitvorming vindt op basis van bestaande regelgeving plaats. De gemeente houdt rekening met komende wet- en regelgeving. Dit houdt in dat de gemeente inzichtelijk maakt in welke mate de nieuwe (veranderde) regelgeving consequenties zal hebben voor het te nemen besluit. Het verkregen inzicht neemt zij mee in haar afweging om tot een besluit te komen
De gemeente hanteert het principe “de veroorzaker betaalt”. Dit betekent dat degene die de externe veiligheidssituatie verandert, ook betaalt en zorgt voor een veilige omgeving.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.3
Artikel 4.3.1
Generiek
Onderdeel van Beleidsvisie externe veiligheid gemeente Doesburg