De (aanvangs)huurprijs voor sociale huurwoningen is, gerekend vanaf de eerste ingebruikname en gedurende de gehele instandhoudingstermijn als bedoeld in artikel 4, eerste lid van deze verordening, maximaal het bedrag op de liberalisatiegrens.
De liberalisatiegrens wordt jaarlijks per 1 januari gewijzigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 13, eerste lid onder a en het vierde lid, jo. artikel 27 van de Wet op de huurtoeslag (jo. artikel 12 van het Besluit huurprijzen woonruimte).
De aanvangshuurprijs voor middenhuurwoningen bedraagt tenminste het bedrag gelegen op de liberalisatiegrens en ten hoogste € 1.046,- per maand (prijspeil 2023).
De in het derde lid bedoelde maximale aanvangshuurprijs wordt jaarlijks per 1 januari geïndexeerd overeenkomstig het CAO-indexcijfer.
De huurprijs van een lopend huurcontract van een middenhuurwoning mag jaarlijks worden verhoogd met maximaal het voor het betreffende jaar laagste indexcijfer, het CAO-indexcijfer dan wel het CPI-indexcijfer, + 0,5%. De hoogte van de aanvangshuurprijs van middenhuurwoningen dient evenwel gerekend vanaf de eerste ingebruikname en gedurende de volledige instandhoudingstermijn zoals genoemd in artikel 4, lid 2 – met toepassing van het vierde lid van het onderhavige artikel – te blijven vallen binnen de in het derde lid van het onderhavige artikel genoemde prijsgrenzen.
De maximale koopprijs vrij-op-naam van een betaalbare koopwoning bedraagt € 355.000,- (prijspeil 2023).
De koopprijs vrij-op-naam van een middeldure koopwoning is hoger dan de in het zesde lid genoemde maximale koopprijs vrij-op-naam van een betaalbare koopwoning, doch maximaal de koopprijs vrij-op-naam zoals vastgesteld in de Voorwaarden en Normen Nationale hypotheek Garantie.
De in het zesde lid bedoelde maximale koopprijs vrij-op-naam van een betaalbare koopwoning kan jaarlijks door het college worden gewijzigd.
Artikel 3.
Prijsgrenzen
Onderdeel van Doelgroepenverordening betaalbare woningbouw ’s-Hertogenbosch 2023