In de Natuurbeschermingswet is naast de benoeming van een aantal beschermde soorten, een zorgplicht voor alle planten en dieren opgenomen (ongeacht of deze beschermd of onbeschermd zijn). De verantwoordelijkheid om aan deze wet te voldoen ligt primair bij een organisator. Het gaat om het feit of iemand weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten, nadelige gevolgen voor flora en/of fauna kunnen worden veroorzaakt. Wanneer hier sprake van is, is die persoon voor zover dit in redelijkheid kan worden gevraagd verplicht dit handelen achterwege te laten. Of de persoon moet alle maatregelen nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevraagd om de gevolgen te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken. De gemeente heeft in deze een zorgplicht, deze vervult zij door organisatoren van evenementen op hun verantwoordelijkheden ten aanzien van de flora en fauna te wijzen. De impact en doorlooptijd van onderzoek naar beschermde soorten heeft een wezenlijke invloed op de planning van activiteiten, dit is gebleken uit toepassing van de ( Natuurbeschermingswet bij de beoordeling van omgevingsvergunningsaanvragen en ook bij ruimtelijke ontwikkelingsprojecten. Wanneer de verwachting is dat dit in bepaalde gevallen ook bij de organisatie van activiteiten en/of evenementen complicaties op kan leveren ten nadele van de flora en/of fauna dan kan vooraf bij de vergunningverlening de handreiking toetsing natuurwetgeving worden geraadpleegd. Deze is opgesteld door de OmgevingsDienst Brabant Noord (OBDN) en wordt voornamelijk gebruikt bij de beoordeling van aanvragen omgevingsvergunning.
Om organisatoren bewust te maken van mogelijk gevolgen voor flora en fauna wordt in het aanvraagformulier op de website de volgende vraag opgenomen: Heeft het evenement door het handelen of nalaten ervan, nadelige gevolgen voor flora en/of fauna of bestaat er redelijkerwijs het vermoeden dat het gevolgen kan hebben?
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.12
Flora & Fauna
Onderdeel van Evenementenbeleid Meierijstad Uitvoeringsnota 2023-2026