Aan de gemeentesecretaris wordt mandaat verleend voor de in bijlage 1 vermelde aangelegenheden;
Aan de directeur bedrijfsvoering wordt mandaat verleend voor de in bijlage 3 vermelde aangelegenheden;
Aan de directeur beleid en uitvoering wordt mandaat verleend voor de in bijlage 4 vermelde aangelegenheden;
Aan de behandelend ambtenaar wordt mandaat verleend ten aanzien van de tot het college en de burgemeester behorende aangelegenheden met uitzondering van:
bevoegdheden waarvoor rechtens geen mandaat kan worden verleend of waarvan de aard en strekking zich tegen het verlenen van mandaat verzetten. Hiervan is in elk geval, maar zeker niet uitsluitend, sprake bij de bevoegdheden van de burgemeester op het terrein van de openbare orde, genoemd in de artikelen 172 tot en met 177 van de Gemeentewet;
de aangelegenheden als vermeld in de bijlagen 1, 2, 3 en 4.