Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 6

Overige criteria en verplichtingen

Onderdeel van Regeling voor garantstellingen en leningen Twenterand

1.. De hoogte van het in rekening te brengen rentepercentage en administratiekosten wordt bepaald aan de hand van een door het college vastgestelde rekenmethode. Hierbij wordt rekening gehouden met de regelgeving rondom staatssteun en kan sprake zijn van een toeslag op de rente voor marktconformiteit. De kosten voor verstrekking van de geldlening en notariskosten zijn ook voor rekening van de aanvrager. 2.. De aanvraag voor een garantstelling of lening wordt getoetst aan de geldende regelgeving rondom staatssteun. Het in lid 1 vermelde rentepercentage kan worden verhoogd met een toeslag voor marktconformiteit vanuit deze toets. 3.. De looptijd van de lening of garantstelling moet zijn afgestemd op de te verwachten technische (dan wel economische levensduur als deze korter is) gebruiksduur van de activa. 4.. Het verstrekken van een lening is alleen mogelijk op basis van door het college vastgestelde modelcontracten en schuldbekentenissen. Hierbij zal ook sprake zijn van afgeven van machtiging tot automatische incasso van rente en aflossing. 5.. De aanvrager stemt in met een aantal voorwaarden zoals voorafgaande toestemming van de gemeente voor een aantal juridische handelingen zoals statutenwijziging, wijziging bestemming van het onderpand, en vervreemding van het onderpand door de aanvrager gedurende de contractperiode. 6.. De gemeente sluit slechts lineaire leningen af. 7.. Gedurende de looptijd vindt een volledige aflossing plaats waardoor het financiële risico van de gemeente in de loop der jaren steeds verder afneemt. 8.. De aanvrager heeft een instandhoudings- en onderhoudsverplichting van het onderpand. De aanvrager verplicht zich daarom tot het afsluiten van opstal- en inboedelverzekeringen en het in goede staat houden van het onderpand gedurende de gehele looptijd van de lening of garantstelling. 9.. De aanvrager verstrekt jaarlijks de exploitatiebegroting en een financieel verslag aan het college die nodig zijn voor de beoordeling van het financiële beheer van de aanvrager. Hiertoe wordt jaarlijks het hiervoor bestemde toetsingsformulier ingevuld.

Rechtspraak bij dit artikel