Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4

Artikel 13.

Zeer ernstige misdragingen

Onderdeel van Maatregelenverordening Wet investeren in jongeren

1.. Indien de jongere zich tegenover het college of zijn ambtenaren zeer ernstig misdraagt als bedoeld in artikel 41, eerste lid van de wet, wordt een maatregel opgelegd van: 100% van de WIJ-norm bij het uitoefenen van ernstig fysiek geweld tegen personen en/of materiële zaken; 75% van de WIJ-norm bij bedreigingen geuit aan personen die belast zijn met de uitvoering van de wet; 50% van de WIJ-norm bij het uitoefenen van ernstig mondeling of schriftelijk verbaal geweld. 2.. De duur van de maatregel, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld op een maand. 3.. Van het opleggen van de maatregel bedoeld in het eerste lid kan, indien sprake is van verbaal geweld, worden afgezien en worden volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing, tenzij het verbale geweld plaatsvindt binnen een periode van een jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de jongere een schriftelijke waarschuwing in verband met ernstige misdragingen is gegeven. 4.. De duur van de opgelegde maatregel als bedoeld in het tweede lid wordt verdubbeld, indien de jongere zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van dit besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw zeer ernstig misdraagt. Bij een ernstige misdraging binnen een hogere categorie wordt deze recidivebepaling toegepast op deze hogere maatregel. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om af te zien van het opleggen van een maatregel op grond van dringende redenen, als bedoeld in artikel 6, tweede lid. 5.. De duur van de maatregel wordt nogmaals verdubbeld, indien de jongere zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van het besluit waarbij de duur van de maatregel is verdubbeld, opnieuw zeer ernstig misdraagt. Bij een ernstige misdraging binnen een hogere categorie wordt deze recidivebepaling toegepast op deze hogere maatregel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel