Naar hoofdinhoud

Artikel 1.

Aantreffen foutief geparkeerd voertuig

Onderdeel van Uitvoeringsregeling wegslepen, bewaren en teruggave van (zware) voertuigen Nieuwegein 2022

De procedure betreffende de wegsleepregeling start met het aantreffen van een foutief geparkeerd voertuig. Onder “voertuigen” wordt mede verstaan: fietsen, bromfietsen, scooters, invalidenvoertuigen en aanhangwagens. Tevens zijn zware voertuigen, zoals vrachtauto’s en autobussen, apart opgenomen. De eerste afweging, die dan moet worden gemaakt, is of de aangetroffen situatie wegsleepwaardig is. Daarvoor gelden drie criteria: door de wijze van parkeren wordt de veiligheid op de weg in gevaar gebracht en/of; door de wijze van parkeren wordt de vrijheid van het verkeer belemmerd en/of; er wordt geparkeerd op één van de wegen of weggedeelten, die zijn aangewezen in het Besluit wegslepen van voertuigen en waarop de gemeentelijke wegsleepverordening van toepassing is. Uit de woorden “en/of” blijkt dat er tegelijkertijd sprake kan zijn van meerdere criteria, die de situatie wegsleepwaardig maken. Eén van de criteria is echter voldoende om de wegsleepregeling te kunnen toepassen. Ingevolge artikel 170 eerste lid sub c. van de Wegenverkeerswet in samenhang met artikel 2 van het Besluit wegslepen voertuigen en artikel 2 van de Wegsleepverordening gemeente Nieuwegein 2022, kan in de gemeente Nieuwegein van de volgende soorten wegen en weggedeelten worden weggesleept: wegen en weggedeelten waar door middel van bord E 1 van bijlage I bij het RVV 1990 of door middel van een gele onderbroken streep als bedoeld in artikel 24, eerste lid, onderdeel e, van het RVV 1990 wordt aangegeven dat het verboden is te parkeren; wegen en weggedeelten waar door middel van bord E 2 van bijlage I bij het RVV 1990 of door middel van een gele doorgetrokken streep als bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel g, van het RVV 1990 wordt aangegeven dat het verboden is stil te staan; parkeergelegenheden, aangeduid door bord E4 van bijlage I bij het RVV 1990, waarbij op een onderbord wordt aangegeven: de categorie of groep voertuigen waarvoor de parkeergelegenheid is bestemd; het parkeren op bepaalde dagen of uren is verboden; taxistandplaatsen, aangeduid door bord E5 van bijlage I bij het RVV 1990; parkeerplaatsen voor gehandicapten, aangeduid door bord E6 van bijlage I bij het RVV 1990; gelegenheden voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen, aangeduid door bord E7 van bijlage I bij het RVV 1990; parkeergelegenheden voor een categorie of groep voertuigen, aangeduid door bord E8 van bijlage I bij het RVV 1990; parkeergelegenheden voor vergunninghouders, aangeduid door bord E9 van bijlage I bij het RVV 1990; voetgangersgebieden, aangeduid door bord G7 of door bord E10 van bijlage I bij het RVV 1990. Noodzaak Wellicht ten overvloede wordt nog vermeld, dat het aantreffen van een fout geparkeerd voertuig op een aangewezen weg of weggedeelte, als bedoeld in artikel 2 van het Besluit wegslepen van voertuigen, in beginsel voldoende is om de wegsleepregeling toe te passen. De veiligheid op de weg of de vrijheid van het verkeer hoeft dan niet tevens in het geding te zijn. Wel moet de noodzaak in zekere mate duidelijk zijn. Zo is bijvoorbeeld het wegslepen van een voertuig om 04.00 uur ’s nachts vanaf een parkeerterrein waarop geen bijzondere situatie van toepassing is (het houden van een weekmarkt op die dag bijvoorbeeld), niet noodzakelijk. Actie Alleen een executieve politieambtenaar en een bevoegde ambtenaar van de afdeling Toezicht, Veiligheid & Leefbaarheid (BOA) is bevoegd actie te ondernemen na het constateren van de overtreding. Indien er sprake is van een wegsleepwaardige situatie, wordt de wegsleep- en bewaarprocedure in gang gezet. Deze procedure wordt hierna beschreven. Waarnemingstijd Om de overtreding nadrukkelijk te kunnen vaststellen kan allereerst een waarnemingstijd nodig zijn. Verbod stil te staan Voor constatering van een gedraging in strijd met een verbod stil te staan is geen waarnemingstijd nodig. Parkeerverboden Bij parkeerverboden lijkt een waarnemingstijd van tien minuten reëel voordat er kan worden geconstateerd dat er sprake is van parkeren. Parkeren op laad- en loshavens Bij laad- en loshavens wordt een onafgebroken waarnemingstijd van tien minuten aanbevolen, gedurende welke geen laad- en losactiviteiten worden geconstateerd. Pas daarna wordt geconstateerd dat er sprake is van parkeren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel