Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 6.1

Maatwerk in handhaving

Onderdeel van Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang Gemeente Gulpen-Wittem 2023

Het College heeft een beginselplicht tot handhaven. De wet en regelgeving is hiervoor de basis en in deze beleidsregels handhaving Wet kinderopvang wordt hier invulling aan gegeven. Goed handhaven betekent echter ook dat het College oog heeft voor de specifieke situatie van het geval. Individuele omstandigheden- verzwarend of verzachtend- kunnen van invloed zijn op het wel of juist niet geven van een maatregel nadat geconstateerd is dat een kwaliteitseis niet is nageleefd. Dat doet recht aan het feit dat niet alle situaties ‘standaard’ zijn. Handhaven is maatwerk. 6.1.1 Herstellend en/of bestraffend handhaven Het College heeft de mogelijkheid om zowel herstellend als bestraffend te handhaven: Herstellend handhaven betekent dat het College de houder ertoe aanzet de overtreding van een kwaliteitseis op te heffen en opgeheven te houden. Bestraffend handhaven betekent dat het College een bestuurlijke boete geeft voor bepaalde overtredingen. Herstellend- en bestraffend handhaven kan naast elkaar ingezet worden. 6.1.2 Escalatieladder In een herstellend traject zijn verschillende stappen te onderscheiden: Stap 1: Aanwijzing (artikel 1.65 lid 1 Wet kinderopvang) “Het College van de gemeente waarin zich een kindercentrum, een voorziening voor gastouderopvang of een gastouderbureau bevindt dat de bij of krachtens de artikelen 1.47, eerste lid, 1.48d, tweede en derde lid, 1.49 tot en met 1.59, 160a en 1.60c gestelde regels niet of in onvoldoende mate naleeft, kan de houder een schriftelijke aanwijzing geven”. In een aanwijzing wordt met redenen omkleed aangegeven op welke punten de bedoelde voorschriften niet- of in onvoldoende mate worden nageleefd. Ook wordt aangegeven welke maatregelen door de houder binnen de gestelde termijn genomen dienen te worden. De duur van de hersteltermijn is afhankelijk van de prioriteit die is toegekend aan de kwaliteitseis zoals afgeleid kan worden uit het afwegingsoverzicht dat als bijlage is opgenomen. In geval van een overtreding met de prioriteit hoog, bedraagt de hersteltermijn maximaal 14 dagen. Is er sprake van een overtreding met een gemiddelde of lage prioriteit dan bedraagt de hersteltermijn maximaal, respectievelijk, 2 of 6 maanden. Na het verstrijken van de hersteltermijn dient de overtreding duurzaam beëindigd te zijn. Ter controle hiervan kan de handhaver schriftelijke bewijsstukken opvragen dan wel aan de GGD opdracht geven voor een her-inspectie. Is de overtreding niet beëindigd, dan wordt een volgende stap ingezet. Stap 2: Last onder dwangsom of last onder bestuursdwang (artikel 125 lid 2 Gemeentewet en artikel 5.32: Awb) De algemene bestuursdwangbevoegdheid is neergelegd in artikel 125 van de Gemeentewet. In gevallen waarin het bestuursorgaan de mogelijkheid heeft om zelf de overtreding te beëindigen (op kosten van de overtreder) kan een last onder bestuursdwang opgelegd worden. De bevoegdheid tot het opleggen van een last onder dwangsom is een bestuursdwangbevoegdheid afgeleide bevoegdheid, neergelegd in artikel 5:32 Awb. Een last onder dwangsom wordt opgelegd met als doel het herstel van de overtreding en/of voorkoming van herhaling van de overtreding. De stap last onder dwangsom kan meerdere keren worden genomen voor een geconstateerde overtreding. Indien een eerste last onder dwangsom geen resultaat heeft gehad, kan worden overwogen een nieuwe, hogere last onder dwangsom op te leggen. Dit vereist dan wel een nieuw besluit. Ook kan besloten worden tot een volgende stap in het herstellend handhavingstraject. De last onder dwangsom kan ook preventief worden opgelegd. Van een preventieve last is sprake als de last wordt opgelegd voordat enige overtreding heeft plaatsgevonden. Hiervoor geldt dat het gevaar van de overtreding klaarblijkelijk dreigt; Dat wil zeggen dat de overtreding zich met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zal voordoen. Stap 3: Exploitatieverbod (artikel 1.66 Wet kinderopvang) Het College kan de houder verbieden een kindercentrum, een voorziening voor gastouderopvang of een gastouderbureau in exploitatie te nemen dan wel de exploitatie voort te zetten. Dit kan het College onder andere in de volgende gevallen: Zolang de houder een bevel of aanwijzing niet opvolgt en het opleggen van een last onder bestuursdwang niet mogelijk is (lid 1). Als een kindercentrum, gastouderbureau of voorziening voor gastouderopvang niet of niet langer aan de kwaliteitseisen voldoet (lid 2). Stap 4: Intrekken van de beschikking met toestemming tot exploitatie en verwijdering uit het landelijk register kinderopvang (artikel 1.46 lid 5 en 6 Wet kinderopvang, artikel 1.47a lid 2 Wet kinderopvang en artikel 8 lid 1 Besluit registers kinderopvang). Er zijn verschillende gronden waarop het College, in het kader van handhaving, een voorziening uit het register kinderopvang kan verwijderen en de toestemming tot exploitatie kan intrekken: Indien is gebleken dat de houder niet langer de kinderopvangvoorziening exploiteert. Indien uit een GGD-onderzoek- of anderszins is gebleken dat de houder naar verwachting niet- dan wel niet langer- voldoet aan de bij of krachtens hoofdstuk 1 afdeling 3, paragrafen 2 en 3 gegeven voorschriften. Indien drie maanden na de registratie de exploitatie van de kinderopvangvoorziening niet daadwerkelijk is aangevangen. Het College kan besluiten om een bepaalde stap of bepaalde stappen van het herstellende traject over te slaan dan wel meerdere keren toe te passen. In beginsel wordt het stroomschema boetebeleid gemeenten Zuid-Limburg zoals in de toelichting is opgenomen, als leidend gezien. Naast een herstellend traject kan er, zoals in 6.2.1 beschreven is, ook een bestraffend traject worden ingezet. Dit is een bestuurlijke boete. De boete kan opgelegd worden voor het overtreden van een bepaalde kwaliteitseis. Ook kan de boete opgelegd worden voor het niet opvolgen van een aanwijzing, een bevel of exploitatieverbod, het niet meewerken aan een vordering van de toezichthouder, illegale opvang of het niet tijdig doorgeven van een wijziging. 6.1.3 Handhavingsafwegingen Om te komen tot de uiteindelijke beoordeling van de situatie en de in te zetten handhaving worden meerdere afwegingen gemaakt om te bepalen of- en zo ja welke- actie nodig is. Deze beoordeling van deze afwegingen kan leiden tot gemotiveerd afwijken van de reguliere escalatieladder. Voor de herstellende handhaving zijn dit onder andere de volgende afwegingen: Is er herstelaanbod geweest? Wat is de aard van de overtreding? Wat is de ernst van de overtreding? Hoeveel overtredingen zijn er totaal? Betreft het een herhaalde overtreding (recidive)? Wat zijn de omstandigheden waaronder de overtreding begaan is? Komt de overtreding voort uit economisch belang? 6.1.4 Hersteltermijn/begunstigingstermijn De gemeente geeft de houder bij een op herstel gerichte handhavingsmaatregel altijd een termijn om de overtreden kwaliteitseis alsnog na te leven. Dit heet de herstel- of de begunstigingstermijn. De hersteltermijn of begunstigingstermijn van een herstellende maatregel is afgestemd op een redelijke tijd die nodig is om de overtreding te beëindigen en herhaling te voorkomen. Bij de bepaling van de termijn wordt rekening gehouden met de aard- en de ernst van de overtreding, waarbij het uitgangspunt is dat de overtreding zo spoedig mogelijk moet worden opgeheven. Zo zullen overtredingen die direct invloed hebben op de kwaliteit van de opvang en daarmee de veilige- en gezonde omgeving, of die direct invloed hebben op de ontwikkeling van kinderen, over het algemeen een korte hersteltermijn kennen. Als uitgangspunt worden door de gemeente Gulpen-Wittem de volgende termijnen gehanteerd: Maximaal twee weken voor herstel van overtredingen met gevolgen voor de directe veiligheid, gezondheid of pedagogisch welbevinden van de kinderen in de dagelijkse opvangpraktijk; Maximaal twee maanden voor herstel of wijziging van beleidsvoering en administratieve vereisten die redelijkerwijs moeten leiden tot verantwoorde kinderopvang; Maximaal zes maanden voor herstel van andere overtredingen die geen directe gevolgen hebben voor de veilige en gezonde omgeving van de kinderen. De hersteltermijn zal met deze uitgangspunten bij elk handhavingsbesluit aan de hand van de specifieke situatie worden bepaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel