Voor het toestaan van het plaatsen van bouwwerken in het voorerfgebied wordt voldaan aan de volgende beoordelingsregels:
Er bestaat geen (praktische) mogelijkheid voor plaatsing in het achtererfgebied, bijvoorbeeld doordat een achterom ontbreekt.
Met de plaatsing van het bouwwerk in het voorerfgebied vindt geen onevenredige aantasting plaats van:
het straat- en bebouwingsbeeld;
de verkeersveiligheid;
de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
de te beschermen waarden van het beschermd dorpsgezicht, indien van toepassing.
Het bouwwerk wordt zoveel mogelijk aan het straatbeeld onttrokken door middel van groen, waarbij geldt dat:
als het bouwwerk is gelegen in de zijdelingse perceelgrens, het groen wordt geplaatst aan de zijde van het bouwwerk dat is gelegen in de richting van of tegen de perceelgrens aan de voorzijde van het perceel.
als het bouwwerk niet is gelegen in de zijdelingse perceelgrens, het groen wordt geplaatst aan minimaal twee zijden van het bouwwerk en in ieder geval aan de zijde van het bouwwerk dat is gelegen in de richting van of tegen de perceelgrens aan de voorzijde van het perceel.
de hoogte van het groen minimaal gelijk is aan de hoogte van het bouwwerk.
Bij de beoordeling van een onevenredige aantasting van het straat- en bebouwingsbeeld, als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder b, ten eerste van deze beleidsregel, wordt in ieder geval rekening gehouden met:
de specifieke kenmerken van de wijk, de straat en de directe omgeving;
de openheid van het voorerfgebied;
voldoende overgebleven ruimte in het voorerfgebied waardoor het hoofdgebouw na plaatsing van het bouwwerk herkenbaar blijft.
Hoofdstuk 2
Artikel 4
Algemene beoordelingsregels
Onderdeel van Beleidsregel kleine bouwwerken in het voorerfgebied gemeente Baarn