Omschrijving van de overtreding:
De eigenaar van de grond en/of opstallen, niet zijnde de gebruiker als hiervoor bedoeld, handelt in strijd met artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wanneer hij toelaat dat zijn grond en/of opstallen in strijd met de bestemming wordt gebruikt.
Concrete voorbeelden:
Gedacht kan worden aan een eigenaar die in de tijd dat hij niet zelf in het recreatieverblijf recreëert, deze verhuurt aan derden, waarvan een of meer van deze derden het recreatieverblijf gebruikt om te bewonen. Een ander voorbeeld is een eigenaar die zijn grond geheel of gedeeltelijk verhuurt aan derden, die er vervolgens een recreatieobject op plaatsen om daarin te gaan wonen.
Prioritering
Optreden tegen bovengenoemde gedragingen heeft hoge prioriteit.
Wijze van handhavend optreden
Wanneer wij handhavend optreden zal de volgende procedure worden gevolgd:
Vooraankondiging
De overtreder krijgt allereerst een vooraankondiging. Hierin wordt aangegeven dat geconstateerd is dat sprake is van een overtreding en dat overwogen wordt hiertegen op te treden. De overtreder krijgt de gelegenheid binnen twee weken zijn zienswijze schriftelijk of mondeling kenbaar te maken.
Last onder dwangsom
Wanneer wij ook na de beoordeling van de zienswijze van oordeel zijn dat sprake is van een overtreding zullen wij optreden door een last onder dwangsom op te leggen.
Deze last zal inhouden dat het niet-recreatieve gebruik op het betreffende kadastrale perceel (dus voor alle opstallen op dat perceel) binnen zes maanden moet worden beëindigd en beëindigd moet worden gehouden. Na deze periode zal voor iedere maand, of gedeelte daarvan een dwangsom worden verbeurd van €10.000 met een maximum van €60.000.
Wanneer de overtreding na het verbeuren van het maximumbedrag niet is beëindigd zal een nieuw handhavingsbesluit worden genomen, waarvan de inhoud afhankelijk is van de feiten en omstandigheden.
Overleg
Het doel van het beleid is het bevorderen dat de gronden en/of opstallen conform de recreatieve bestemming worden gebruikt. Mocht de overtreder overleg wensen over de beëindiging van de overtreding en het verdere gebruik van de gronden en/of opstallen dan staan wij daarvoor open.
Om op constructieve wijze te kunnen overleggen en geen onjuiste verwachtingen te wekken geven wij hierbij aan wat wij van de overtreder verwachten en wat hij van ons kan verwachten.
Wij verwachten van de overtreder dat hij een waarheidsgetrouw beeld van het gebruik van de betreffende gronden en/of opstallen geeft, onderbouwd met stukken. De overtreder kan van ons verwachten dat wij vanuit onze bevoegdheden zullen meedenken over de mogelijkheden de betreffende grond en/of opstallen daadwerkelijk conform het bestemmingsplan te gebruiken dan wel het ruimtelijk regiem te wijzigen. Vanzelfsprekend zijn de wet en het ruimtelijk beleid gegeven kaders en blijft het de verantwoordelijkheid van de overtreder om de overtreding te beëindigen en daartoe de noodzakelijke stappen te ondernemen.
Flankerend beleid
Wanneer ons blijkt dat de eigenaar niet tevens de gebruiker van de grond en/of opstallen is, zal overeenkomstig hetgeen hiervoor onder 1. Gebruiker niet zijnde recreant is geschreven, worden overwogen tegen deze gebruiker op te treden. Bij deze afweging speelt de ambtelijke capaciteit een rol van betekenis.
Wanneer sprake is van gesplitst eigendom zal aan de hand van de feiten en omstandigheden worden beoordeeld tegen wie wordt opgetreden, waarbij ook tegen beiden kan worden opgetreden.
Artikel 2.