Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 4.

Participatieproces

Onderdeel van Participatie- en inspraakverordening Vlissingen 2023

Het bestuursorgaan stelt bij de start van elk participatieproces vast op welke manier burgerparticipatie wordt toegepast in overeenstemming met het participatiebeleid. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van de participatieleidraad Vlissingen. Indien burgerparticipatie wordt toegepast, stelt het bestuursorgaan een participatieplan vast waarin in beginsel de volgende punten zijn opgenomen: het doel en de intentie van de participatie; het niveau van de participatie, waarbij een keuze wordt gemaakt uit: informeren, raadplegen, adviseren, co-creëren of meebeslissen, of een combinatie hiervan en de wijze waarop de inbreng van inwoners zal doorwerken in de besluitvorming als bepaald in artikel 5; de kernvragen, de beïnvloedingsruimte en de inhoudelijke, financiële en overige kaders voor de participatie; de te betrekken inwoners, maatschappelijke organisaties, bedrijven en andere belanghebbenden en de wijze waarop verschillende (groepen) belanghebbenden worden benaderd, de openbaarheid van informatie en de wijze waarop de deelnemers hun inbreng kunnen leveren; de kosten van het participatieproces. Het bestuursorgaan maakt voor de start van het participatieproces het voornemen hiertoe bekend op de voor dat proces geschikte wijze. Indien omstandigheden het noodzakelijk maken om de kaders bedoeld in het eerste lid onder c. of de inrichting van het proces aan te passen, zorgt het bestuursorgaan ervoor dat deelnemers hierover zo snel mogelijk worden geïnformeerd. Als het college de besluitvorming over beleid voor de gemeenteraad voorbereidt, stelt het college het participatieplan op en informeert de gemeenteraad over de inhoud middels een raadsinformatiebrief. Het bestuursorgaan kan voor specifieke beleidsterreinen nadere regelingen treffen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel