De aanvragen die tijdig en volledig zijn ontvangen worden op basis van de volgende criteria beoordeeld en met elkaar vergeleken. Per criterium krijgt de aanvraag een waardering met een score die maximaal het aantal punten is zoals hieronder vermeld.
Criterium 1: Invulling die gegeven wordt aan de zeven uitgangspunten genoemd in artikel 2: doel (maximaal 20 punten).
Beoordeling: de mate waarin invulling wordt gegeven aan de zeven uitgangspunten zoals genoemd in artikel 2.
De beschrijving wordt hoger gewaardeerd als deze:
Concreter invulling geeft aan alle uitgangspunten uit artikel 2;
Concreter onderbouwt wanneer en hoe bemoeizorg wordt ingezet, wanneer en hoe er sprake is van een aanbod om de leefsituatie te stabiliseren en/of te verbeteren en wanneer en hoe een sekswerker in de uitstapfase wordt begeleid;
Concreter maakt hoe wordt toegewerkt naar overdracht aan reguliere aanbieders.
Concreter aangeeft hoe en waarom mensen en organisaties met specifieke kennis van de doelgroepen worden ingezet.
Criterium 2: Outreachend werken in de regio’s Utrecht, Eemland en Gooi- en Vechtstreek (maximaal 35 punten).
Beoordeling: hoe de aanvrager het outreachend werken gericht op de doelgroepen vormgeeft
De beschrijving wordt hoger gewaardeerd als deze:
Invulling geeft aan verschillende vormen van outreachend werken;
Concreter onderbouwt waarom deze outreachactiviteiten naar verwachting aansluiten bij de doelgroepen en de diversiteit daarbinnen;
Concreter aangeeft hoe en waarom mensen en organisaties met specifieke kennis van de doelgroepen worden ingezet.
Criterium 3: Invulling die gegeven wordt aan activiteiten die gericht zijn op het stabiliseren van de leefsituatie van de doelgroepen en activiteiten die gericht zijn op opleiding, toeleiding naar ander werk/andere bronnen van inkomsten of het vinden van ander werk, met een aanpak voor belemmerende factoren op verschillende leefgebieden (maximaal 30 punten).
Beoordeling: de beschrijving wordt hoger gewaardeerd als:
Deze concreter maakt hoe op de relevante leefgebieden wordt ondersteund en hoe wordt samengewerkt met onderaannemers en partners;
Hieruit blijkt dat het aanbod dat beschikbaar is logischerwijze aansluit bij een grote diversiteit binnen de doelgroepen;
Deze realistischer en concreter maakt hoe sekswerkers binnen de doelgroepen met een uitstapwens worden voorbereid op de cultuurverandering en omgangsvormen die van belang zijn in een andere werkomgeving;
Deze aannemelijker maakt dat aangesloten wordt op nieuwe relevante ontwikkelingen.
Concreter aangeeft hoe en waarom mensen en organisaties met specifieke kennis van de doelgroepen worden ingezet.
Criterium 4: Efficiënte en effectieve inzet van middelen.
Het gaat hierbij om de hoogte van het aangevraagde subsidiebedrag en de mate waarin er een logisch verband bestaat tussen de activiteiten en de daarbij benodigde middelen (maximaal 15 punten).
In deze realistische begroting geeft de subsidieaanvrager inzicht in de verschillende begrotingsposten. De efficiënte inzet van middelen/ kosteneffectiviteit wordt beoordeeld op de volgende subcriteria:
Het bereik in aard en omvang van de doelgroep in relatie tot het maximaal beschikbare subsidiebedrag;
Realistische en duidelijke opbouw van de begroting;
Een directe relatie tussen de bedragen uit de begroting en de subsidiabele activiteiten/het plan van aanpak.
Artikel 8
Beoordeling subsidieaanvraag
Onderdeel van Nadere regel uitbreiding subsidie regionale uitstapprogramma’s voor sekswerkers (DUUP+) gemeente Utrecht