1. Een leerling of zijn/haar ouders komt in aanmerking voor een vergoeding voor begeleiding bij reizen met het openbaar vervoer of de fiets wanneer:
a. De leerling staat ingeschreven op een school in het speciaal onderwijs als in artikel 1 lid j of een school voor voortgezet speciaal onderwijs als in artikel 1 lid k;
b. Aangetoond wordt dat de dichtstbijzijnde toegankelijke school op meer dan zes kilometer van de woning ligt;
c. Aangetoond wordt dat de leerling door een structurele handicap niet in staat is om zelfstandig of met begeleiding op de fiets van en naar school te reizen;
d. Aangetoond wordt dat het voor ouders onmogelijk is om de leerling zelf met eigen vervoer van en naar school te brengen of dit door een persoon in hun netwerk te laten doen, dan wel dat dit tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden;
e. Aangetoond wordt dat de leerling door een structurele handicap niet in staat is om zelfstandig met het openbaar vervoer te reizen.
2. De gemeente verstrekt een vergoeding voor begeleiding bij het reizen met het openbaar vervoer in de vorm van een vergoeding van gemaakte kosten, of een pas voor een begeleider waarop alle abonnementen staan die noodzakelijk zijn om de reis van woning naar school en terug te maken met het openbaar vervoer.
3. De kilometervergoeding voor de fiets voor de begeleider is gelijk aan de door het Rijk vastgestelde belastingvrije kilometervergoeding over de kortste afstand tussen woning en school.
4. Als een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt, komen slechts de kosten van het vervoer ten behoeve van één begeleider voor bekostiging in aanmerking.
Artikel 6.
Vergoeding voor begeleiding bij het reizen met het openbaar vervoer of de fiets
Onderdeel van Vaststelling van de Verordening Leerlingenvervoer Alphen aan den Rijn 2023 met ingang van 1 juni 2023