Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Procedure

Onderdeel van Verordening nadeelcompensatie gemeente Nijmegen

1.. Als advies wordt ingewonnen bij een adviescommissie, informeert het bestuursorgaan de aanvrager en andere belanghebbenden. 2.. Binnen twee weken na het informeren als bedoeld in het eerste lid, kunnen aanvrager en andere belanghebbenden schriftelijk en gemotiveerd een verzoek tot wraking van één of meerdere leden van de adviescommissie bij het betrokken bestuursorgaan indienen. Het betrokken bestuursorgaan beslist binnen twee weken na ontvangst van het verzoek. 3.. Het betrokken bestuursorgaan formuleert per geval het adviesverzoek aan de commissie. 4.. De commissie kan een hoorzitting houden. Op de hoorzitting kunnen aanvrager en andere belanghebbenden een mondelinge toelichting op hun standpunten geven. 5.. De commissie kan een plaatsopneming houden. 6.. De commissie kan inlichtingen en adviezen inwinnen bij derden. 7.. Van een hoorzitting wordt verslag gemaakt. Het verslag wordt toegevoegd aan het advies. 8.. Alvorens een advies uit te brengen zendt de adviescommissie binnen zestien weken na de dagtekening van de opdracht tot advisering een concept daarvan aan de gemeente, aan de aanvrager, aan eventuele andere betrokkenen bestuursorganen alsmede de belanghebbende genoemd in het tiende lid van dit artikel. Zij worden hierbij in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken schriftelijk te regeren op het concept advies. 9.. In het geval tijdig reacties zijn ingediend, brengt de adviescommissie binnen vier weken na het verstrijken van de in het achtste lid bedoelde termijn een advies uit aan het college, waarbij de betreffende reacties zijn betrokken. 10.. In het geval geen of niet tijdig reacties zijn ingediend, brengt de adviescommissie binnen twee weken na het verstrijken van de in het achtste lid bedoelde termijn een advies uit aan het college. 11.. Bij de toepassing van de artikelen 4:7 en 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht wordt naast de aanvrager voor zover van toepassing betrokken: degene die de activiteit verricht en met wie een overeenkomst als bedoeld in artikel 13.3c, eerste lid, van de Omgevingswet is gesloten, en, als sprake is van een schadeveroorzakend besluit naar aanleiding van een aanvraag, zoals geregeld in artikel 13.3d van de Omgevingswet, de aanvrager van dat besluit of degene die de toegestane activiteit verricht, tenzij: de schadevergoeding redelijkerwijze voor rekening behoort te blijven van het bestuursorgaan, of, de schadevergoeding voldoende op een andere manier is verzekerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel