**1..** De raadsleden en de overige aanwezigen in de raadsvergadering spreken vanaf het spreekgestoelte of vanaf de hen toegewezen zitplaats en richten zich tot de voorzitter.
**2..** Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden en de overige aanwezigen in de raadsvergadering vanaf een andere plaats spreken.
**3..** Niemand voert het woord dan nadat hij dit van de voorzitter heeft verkregen.
**4..** Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij
De voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren;
Een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.3
Artikel 18
Spreekregels
Onderdeel van Reglement van orde voor de raad van Oirschot 2023